Nieuwsbrief 2014 - 02

  1. Emissie-eisen nieuwe scheepsmotoren
  2. Ronde tafel over bemanningseisen
  3. Uitspraak rechtbank Rotterdam inzake toepassing Wet Arbeid Vreemdelingen
  4. Green Award voor ms Shalom
  5. Inspectie SZW inspecteert binnenkort op gevaarlijke stoffen en arbeidsveiligheid
  6. Ontgassen
  7. ADN: wijzigingen opleiding en verantwoording bemanning vanaf 2015
  8. Terugkoppeling ADN-Committee januari 2014
  9. Examentrainer ADN
  10. Nieuwe Multilaterale overeenkomst stookolieschepen
  11. Stabiliteit van containerschepen: vervolgmaatregelen na ronde tafel
  12. Werkschema Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) t.b.v. schepen aangedreven op LNG
  13. Huisvuildiscussie
  14. Nederlandse binnenhavens & financiële steun uit Europa
  15. De Binnenhavenmonitor
  16. Toezichtplan Vervoer over Water 2014
  17. Onvoldoende ligplaats voor tankers met blauwe kegel in haven Antwerpen
  18. Beschikbaarheid ligplaatsen Dintelhaven Rotterdam
  19. STC-Group opent tankerpracticum in Brielle
  20. Resultaten Maatwerk

Emissie-eisen nieuwe scheepsmotoren

De Europese Commissie is al een aantal jaren bezig met de wijziging van Richtlijn 97/68/EC. Deze Richtlijn, die de emissie-eisen van motoren reguleert moet milieuvriendelijker worden. Onlangs is er een voorstel van de Commissie gekomen met eisen waaraan nieuwe motoren moeten voldoen. De eisen zijn zeer streng en vergelijkbaar met de Euro 6 norm voor vrachtwagens. Hieraan voldoen zal niet meevallen. Door contacten met de motorenleveranciers is gebleken dat deze eisen zodanig geformuleerd zijn dat zij niet kunnen garanderen dat nieuwe motoren aan deze eisen zullen voldoen. Ook willen de motorenleveranciers niet garanderen dat deze motoren ontwikkeld en/of gemaakt worden. Reden hiervoor is dat de afname door de binnenscheepvaart zo gering is dat er geen economische reden is om dit soort motoren voor zo’n kleine sector te ontwikkelen. We hebben gezamenlijk met de motorenleveranciers (verenigd in Euromot) al een oplossing voorgesteld. Er is namelijk een Amerikaanse norm die op ongeveer 80 tot 90% van de Euro 6 norm komt. Van deze motoren zijn er voldoende in de markt te verkrijgen tegen normale prijzen. Tot nu toe is de Europese Commissie niet bereid ons tegemoet te komen.
 
We hebben, ook binnen de EBU, steeds gesteld dat we bereid zijn, graag zelfs, milieuvriendelijke motoren te gebruiken maar het moet redelijkerwijze wel mogelijk en betaalbaar zijn. Als de standpunten niet veranderen dan hebben we als binnenvaart straks een verplichting waar we niet aan kunnen voldoen. Of er komt een bedrijf dat de motoren wel wil en kan ontwikkelen maar de kosten dan ook in rekening brengt. Wat deze motoren dan zullen gaan kosten is niet te berekenen. Het zou voor de hele sector een hoge prijs in kunnen houden. Ook op milieugebied, als bedrijven noodgedwongen hun oude meer vervuilende motoren blijven reviseren totdat ook daar door regelgeving een eind aan wordt gemaakt.
Al met al geen makkelijk dossier dat grote consequenties zou kunnen krijgen. We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Ronde tafel over bemanningseisen

In augustus vorig jaar hebben wij bericht dat het moderniseren van de wettelijke bemanningseisen, en de controle daarvan, een niet te onderschatten uitdaging is. Inmiddels is die uitdaging door de Nederlandse delegatie in de CCR voortvarend opgepakt. Het Nederlandse voorzitterschap van de CCR met ingang van 1 januari is aangegrepen om dit thema een hoge prioriteit te geven. De lidstaten en erkende organisaties zijn door de CCR uitgenodigd voor een ronde tafel bijeenkomst in mei.
 
De bijeenkomst is met name bedoeld om de ‘fact finding’, die de afgelopen jaren in Nederland heeft plaatsgevonden, te verbreden naar de andere lidstaten. Zodoende kan een gemeenschappelijk vertrekpunt gecreëerd worden om de verdere werkwijze uit te stippelen.
 
Sociale partners (EBU, ESO en ETF) zullen zich binnenkort gezamenlijk beraden over hun inbreng. Natuurlijk zal de Rijnregeling hierbij als uitgangspunt dienen, maar tevens lijkt een Europese benadering van het vraagstuk aangewezen, vooral omdat er op veel punten relevante Europese wetgeving tot stand is gekomen of ‘in de maak’ is. Dit geldt bijvoorbeeld voor de arbeidstijd van werknemers aan boord en voor de internationale erkenning van beroepskwalificaties.
 
Als vooraanstaand lid van de EBU is het CBRB rechtstreeks bij de ontwikkelingen op dit gebied betrokken en zullen we uiteraard deelnemen aan het overleg van sociale partners op Europees niveau en aan de ronde tafel bijeenkomst. Wordt vervolgd …
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Uitspraak rechtbank Rotterdam inzake toepassing Wet Arbeid Vreemdelingen

Onlangs heeft de rechtbank in Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak die betrekking had op de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV). Het ging in deze zaak om twee zeeschepen die op Nederlands grondgebied werkzaam waren (bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte) met niet-Europese zeevarenden. De uitspraak kunt u hier downloaden.
 
Hoewel deze kwestie betrekking had op zeeschepen en zeevarenden, kan de uitspraak in bepaalde gevallen ook relevant zijn voor binnenschepen die met niet-Europese bemanningsleden werken.
 
De rechtbank concludeert, dat ook indien werkzaamheden worden verricht aan boord van een zeeschip dat gedurende zekere tijd op een vaste plaats stilligt, er sprake is van een schip in het internationale verkeer. Vreemdelingen op dergelijke schepen vallen daarom onder de vrijstelling van een tewerkstellingsvergunning volgens artikel 1 lid 1b van het Besluit Uitvoering WAV: “Het verbod [om een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning] is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft en geen arbeidsovereenkomst heeft met een in Nederland gevestigde werkgever en uitsluitend arbeid verricht op buiten Nederland geregistreerde vervoermiddelen in het internationale verkeer.”
 
Uit de uitspraak wordt verder duidelijk, dat met het woord “uitsluitend” wordt bedoeld “enkel en alleen”, niet “hoofdzakelijk”. Deze interpretatie van het woord “uitsluitend” is van belang voor de havensleepdiensten en sleep- en bijzondere transporten in het kader van de discussie over de zogenoemde “binnen-buiten-problematiek”.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Green Award voor ms Shalom

Sinds de start eind 2010 heeft de Green Award Binnenvaart zich fors verder verspreid. Hoewel voor veel bestaande schepen de eisen, die er zijn om in aanmerking te komen voor een Green Award, lastig blijken, zijn er toch ondernemers die investeren in vergroening van het schip. Zo ook CBRB-lid en VZ&G-bestuurder Rick van den Heuvel. De problematiek van vernieuwing van kleine schepen wordt door de heer van den Heuvel regelmatig onder de aandacht gebracht. Het is nog steeds niet Exploitabel om een nieuw schip, kleiner dan 1500 ton, te bouwen.
 
Mede dankzij een eerdere subsidieregeling voor de binnenvaart van de provincie Zuid-Holland, voldoet de Shalom aan eisen voor de Green Award. Doel van deze subsidieregeling is de luchtkwaliteit in Rotterdam en omgeving te verbeteren. De subsidieregeling is in 2013 met groot enthousiasme ontvangen door de binnenvaartsector. Het totale subsidiebedrag van € 6,2 miljoen is al overschreden. De heer Van den Heuvel heeft met een bijdrage van de provincie Zuid-Holland een nieuwe CCR 2-motor geplaatst.
 
Dit is overigens niet de enige investering. De heer Van den Heuvel heeft met zijn bedrijf de afgelopen jaren voor vele euro’s op diverse wijze geïnvesteerd.
 
Inspelen op eisen
De afgelopen jaren heeft de heer Van den Heuvel met reparaties en verbouwingen aan de Shalom al rekening gehouden met aankomende regelgevingen en eisen die ook van toepassing zijn op een Green Award. Voor de Green Award zijn de afgelopen jaren de benodigde punten vergaard door het plaatsen van vuilwatertanks, walaansluiting, lekbakken onder de motoren, hoog niveau-alarmen op de gasolietanks. Het plaatsen van de nieuwe Scania DI 16, welke ook op de milieulijst staat, het gesloten schroefassysteem en het schoonmaken van de bilge leverde belangrijke bijdragen op. Bij de hoofdmotor zat een brandstofverbruiksmeter. Tenslotte heeft de heer Van den Heuvel het Scheepsmilieuplan (gratis) van internet gedownload en is hiermee aan de slag gaan.
 
Quote VZ&G-bestuurder Rick van den Heuvel
“Kijk goed naar wat zijn de mogelijkheden voor je bedrijf in de toekomst. Aan het vergroenen ontkomen we niet, we zullen daar toch in mee moeten gaan. Houdt rekening bij investeringen die je van plan bent te doen wat de mogelijkheden zijn. Probeer te profiteren van subsidies en houdt rekening met milieu investeringsaftrek.”
 
Ten slotte wil ik Khalid Tachi van het EICB ook even noemen, die heeft ons goed bijgestaan met het contact met de Provincie Zuid-Holland en heeft hierin belangrijke dingen verricht. Daarom zie je maar weer hoe belangrijk het is om ergens lid van te zijn. Zo kan je je krachten bundelen. Samen sta je sterk!”

 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Inspectie SZW inspecteert binnenkort op gevaarlijke stoffen en arbeidsveiligheid

Vanaf februari 2014 bezoekt de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een groot aantal bedrijven voor een inspectie. Inspecteurs kijken daarbij naar de blootstelling aan gevaarlijke stoffen en naar de arbeidsveiligheid. In het jaarplan voor 2014 van SZW is te lezen dat men samenwerking zoekt met andere publieke organen en inspecties. De Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) zal tijdens haar binnenvaartcontroles de Arbo-aspecten meenemen.
 

Zorgplicht
Er zal door de Inspecties onder meer gecontroleerd worden of voldaan wordt aan de zorgplicht als werkgever om de veiligheid en gezondheid van de werknemers te beschermen. Dit geldt dus ook als werknemers tijdens het werk blootgesteld (kunnen) worden aan gevaarlijke stoffen. De zorgplicht van de werkgever is beschreven in artikel 3 lid 1 van de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 4.1b van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Op de website van het CBRB zijn diverse publicaties te vinden die te maken hebben met dit onderwerp.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. (gevaarlijke stoffen) of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. (Arbo-zaken).

Naar boven


Ontgassen

Gedurende langere tijd wordt het thema ontgassen van binnentankvaartschepen besproken.
De discussie is onlangs in een stroomversnelling geraakt door diverse vragen in de Rotterdamse gemeenteraad, de Tweede Kamer, de provincie Brabant en discussies in de media.
Deltalinqs bij wie het CBRB en andere partijen uit de betrokken logistieke keten zijn aangesloten, wil komen tot een afsprakenkader met de Rijksoverheid, de provincies en de industrie om daarmee te voorkomen dat er ongewenste maatregelen, zoals een eenzijdig verbod op ontgassen, worden genomen. Partijen hebben belang bij snelle duidelijkheid en werkbare oplossingen.
Een gecontroleerd proces zal er voor moeten zorgen dat de maatschappelijke rust weerkeert en er tijd wordt gecreëerd voor de hele petrochemische keten om geleidelijk aansluiting te vinden bij de wetgeving van de omliggende landen. Dit is de aanleiding voor partijen om binnen een z.g. Green Deal tot samenwerking te komen. Een gezamenlijke voorbereiding, door bedrijfsleven en overheid, biedt de beste garantie voor effectieve regelgeving en een goede aansluiting op de uitvoeringspraktijk.
 
Het streven is om zoveel gebruik te maken van financiering vanuit het Rijk en lokale overheden. Daaronder vallen het gebruik maken van een duurzaamheidsfonds om onderzoek te (laten) instellen naar de kosten van het ontgassen, de mogelijkheden van ontgassingsinstallaties aan wal, etc.
 
Partijen onderkennen dat een verbod uiteindelijk internationaal zou moeten worden gereguleerd, en dat aansluiting kan worden gezocht bij het bestaande instrumentarium, zoals het CDN, ADNI, de Europese benzinerichtlijn. Voor de industrie is het van belang dat restgassen niet als afval worden aangemerkt en dat er een gefaseerde aanpak naar stofgroepen komt.
De inwerkingtreding van een gewijzigd CDNI-verdrag zal mogelijk enige jaren kunnen duren. Het opnemen van een ontgassingsverbod in het CDNI-verdrag is daardoor géén adequate oplossing voor de korte termijn. Daarom heeft het sluiten van een Green Deal grote voordelen.
 
De punten die voor de binnenvaart van belang zijn, worden in de Green Deal opgenomen. Hiertoe dient er een voldoende groot netwerk aan damp verwerkingsinstallaties ontwikkeld te worden en de kosten van het ontgassen mogen niet voor rekening van de binnenvaart komen. Er zal ook een eenduidige definitie van tot hoever ontgast dient te worden, moeten komen.
Op dit moment wordt met de brancheorganisaties VNCI, VNPI en VOTOB gesproken om zich ook aan te sluiten bij deze Green Deal.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


ADN: wijzigingen opleiding en verantwoording bemanning vanaf 2015

In het ADN staat dat de verantwoordelijke schipper tevens ADN-deskundige moet zijn. Verder moet aan boord van tankers de verantwoordelijke schipper in het bezit zijn van een ADN-gas- of chemiecertificaat wanneer een G- of C-tanker nodig is voor het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen. Voor deze regels is een overgangsvoorschrift afgesproken tot 31 december 2014.
 
Met dit artikel informeren we u over een aantal regels uit het ADN waarvan eind van dit jaar een overgangsvoorschrift afloopt. Voor de opleiding en verantwoording van de bemanning aan boord van schepen kan deze informatie van belang zijn.
 
Vanaf 1 januari 2015 moet de verantwoordelijke schipper ADN-deskundige zijn
De overgangsvoorschriften (ADN-randnummer 1.6.8) gelden voor de bepalingen in het ADN die gaan over de deskundige aan boord en de structuur van de opleiding. Dit betekent dat vanaf 1 januari 2015 tijdens het vervoer van gevaarlijke stoffen de verantwoordelijke schipper een ADN-diploma (conform ADN-randnummer 8.2.1.2) moet hebben. Verder moet de verantwoordelijke schipper van een tanker:
  • tijdens het vervoer van gevaarlijke stoffen waarvoor in hoofdstuk 3.2, Tabel C, kolom (6) een tankschip van het type G is voorgeschreven, deskundige als bedoeld in 8.2.1.5 zijn (ADN G-certificaat),
  • tijdens het vervoer van gevaarlijke stoffen waarvoor in hoofdstuk 3.2, Tabel C, kolom (6) een tankschip van het type C is voorgeschreven, deskundige als bedoeld in 8.2.1.5 zijn (ADN C-certificaat).
Wanneer de schipper, die aangewezen is als verantwoordelijke, zijn (wettelijke) rust geniet, is het niet zo dat er een andere schipper aan boord ook ADN-deskundige moet zijn. Dit is zo in ADN Committee afgesproken.
 
Verantwoordelijkheid vervoerder
Het is de verantwoordelijkheid van de vervoerder om te bepalen welke schipper aan boord de verantwoordelijke schipper is en deze keuze in een document aan boord vast te leggen. Indien hieromtrent niets is bepaald, is het voorschrift op elke schipper van toepassing!
In afwijking van het bovenstaande is het voor het laden en lossen van gevaarlijke goederen in een duwbak voldoende dat de persoon die voor het laden en lossen en voor het ballasten van de duwbakken verantwoordelijk is, beschikt over de in 8.2.1.2 voorgeschreven deskundigheid.
 
ADN-herhalingstoets per 1 juli 2013 van toepassing
In eerdere CBRB-Nieuwsbrieven bent u geïnformeerd dat de verplichte ADN-herhalingstoets per 1 juli 2013 van toepassing zal zijn en gewezen op beschikbare hulpmiddelen om personen met een goed resultaat de ADN-cursussen af te kunnen laten ronden. Zie ook deze website van het Onderwijs Centrum Binnenvaart.
Nieuw is ook dat in het programma voor de basis- en vervolgcursussen van het ADN meer leseenheden zijn opgenomen en er voldoende aandacht voor de onderwerpen stabiliteit en praktijkoefeningen zijn in de cursussen.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Terugkoppeling ADN-Committee januari 2014

Eind januari was er weer een reguliere vergadering van het ADN-Safety Committee in Genève. Naast de vertegenwoordiging van EBU heeft Transafe, namens het CBRB, ook een dag deelgenomen aan dit overleg. Hier volgt een terugkoppeling van de hoofdpunten. Het formele verslag van het Safety Committee is op het moment van schrijven van dit artikel nog niet beschikbaar.
 
Reefers
Op initiatief van Nederland en Duitsland heeft de ADN-werkgroep “Explosieveiligheid” de bestaande relevante voorschriften uit het ADN bij het vervoer van reefers doorgelopen. De werkgroep concludeert dat deze voorschriften niet eenduidig zijn, en een grondige verbetering behoeven. Dit onderwerp zal gezamenlijk door Nederland en Duitsland worden opgepakt in de volgende bijeenkomst van de werkgroep “Explosieveiligheid”. Deze staat gepland voor 10 en 11 maart a.s. in Bonn. Namens het CBRB zal een gedegen afvaardiging naar dit overleg in Bonn gaan. Al in maart 2013 heeft het CBRB opdracht gegeven aan Transafe om hier onderzoek naar te doen. Het gaat om een tegenstrijdige passage in het ADN rond het vervoer van gevaarlijke stoffen en reefers in een schip.
 
Werkgroep “Gasvrij”
Nederland heeft in Genève toelichting gegeven over de stand van zaken van de internationale werkgroep die zich bezighoudt met dit onderwerp. Er is een tabel opgesteld met alle ADN bepalingen die samenhangen met het begrip “gasvrij”. Een eerste consultatie met de lidstaten heeft plaatsgevonden. Op basis van deze consultatie wordt nu een tweede document voorbereid. Dit document zal worden besproken in de Werkgroep “Gasvrij” die gepland staat voor 12 maart in Bonn (aansluitend op de werkgroep Explosieveiligheid).
 
Vluchtwegen
In het ADN 2015 zullen de voorschriften voor de vluchtwegen wijzigen. Over dit onderwerp zullen we u apart informeren.
 
Stabiliteit van tankschepen
De overgangsbepaling voor ADN 9.3.2.14.2 (aantonen stabiliteit voor type C-schepen) zoals opgenomen in de tabel met overgangsbepalingen (ADN 1.6.7.2.2.2) wordt geschrapt. Het andere onderdeel van het voorstel (voor type G en type N-schepen) wordt nader besproken tijdens de volgende sessie van het ADN Committee.
In het ADN 2013 is voor geschreven dat het schip moet zijn uitgerust met een door het classificatiebureau goedgekeurde beladingscomputer. De wijze van berekening van stabiliteit is voor veel schepen gewijzigd. Dit kan betekenen dat u aan boord van uw schip/schepen het stabiliteitsprogramma moeten laten aanpassen. Over dit onderwerp zullen we u separaat informeren.
 
Twee blauwe kegels bij vervoer UN1230 Methanol
Het Duitse voorstel om bij het vervoeren van UN1230 Methanol in kolom (19) geen 1 maar 2 kegels aan te geven is aangenomen. Wel is op verzoek van Nederland besloten dat deze wijziging pas in het ADN 2017 zal worden opgenomen. Reden hiervoor is dat RWS dan nog tijd heeft om – indien nodig geacht - het aantal ligplaatsen voor twee-kegelschepen uit te breiden.
 
Inerten
Voor sommige stoffen is het in de tankvaart verplicht om voorafgaande aan de belading leidingen en tanks te ‘inerten’ door ze bijvoorbeeld te spoelen met stikstof. Hiermee wordt het percentage zuurstof in de tanks en leidingen drastisch verlaagd. Er is een Nederlands/Duits voorstel aangenomen waarmee de huidige tabel C gecorrigeerd wordt. Bij sommige stoffen waarvoor op basis van de gevaren inerten wel noodzakelijk is, stond deze verplichting niet vermeld (opmerking 2 in kolom 20) bij verschillende stoffen. Door het aannemen van dit voorstel is die lacune weggenomen.
 
AIS tijdens laden, lossen en ontgassen
Naar verwachting wordt in het RPR vanaf 1 december 2014 AIS verplicht gesteld voor schepen op de Rijn. Een voorstel van de CCR, om – in analogie met de marifoon – een uitzondering te maken voor het AIS in ADN 9.3.x.52.3.(b), is aangenomen. Hiermee kan (moet) de AIS aan blijven staan tijdens laden, lossen en ontgassen.
 
LNG als lading
Vanwege de ontwikkelingen dat er meer schepen met LNG als brandstof zullen varen en er dus ook meer LNG zal moeten worden vervoerd, heeft de Nederlandse delegatie een voorstel ingediend over de opleiding van de bemanning. Dit voorstel voor een tijdelijke ontheffing van de plicht, dat de schipper bij het vervoer van UN1972 over een opleidingscertificaat voor gassen moet beschikken, is aangenomen. Concreet betekent dit dat een schipper die alleen UN1972 (Methaan of aardgas, sterk gekoeld, vloeibaar) vervoert tot 1 januari 2019, niet hoeft te beschikken over een opleidingscertificaat voor gassen, maar dat het voldoende is indien een ander lid van de bemanning dat heeft. Dit is in lijn met het voorschrift zoals dat gold tot 1 januari 2013 in ADN 7.2.3.15. Wel moet de schipper hebben deelgenomen aan de gascursus en een additionele training hebben gevolg voor het vervoer van LNG in overeenstemming met ADN 1.3.2.2.
Het Nederlandse/Zwitserse voorstel voor het creëren van een werkgroep voor het opzetten en implementeren van een standaard laad/loskoppeling voor LNG is aangenomen. Dit voorstel zal in het kader van het Europese “LNG Masterplan” worden opgepakt.
Het Zwitserse voorstel voor extra bescherming aan de boeg is doorverwezen naar de ADN-werkgroep Klassenbureaus. Het voorstel voor een nieuwe opleiding in het ADN specifiek voor gekoelde gassen/ LNG is afgewezen.
 
LNG als brandstof
Het Committee heeft ingestemd met het afgeven van een aanbeveling voor het varen op LNG voor de volgende schepen: Chemgas 851 en 852, Duwboot van Kooiman Marine en Damen Rivertanker Ecoliner 949 en 951. Danser Container Line heeft een presentatie gegeven over de status van de ombouw van de Eiger-Nordwand. In februari komt de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) bijeen om te spreken over een aanbeveling voor dit schip.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Examentrainer ADN

Voor kandidaten die op gaan voor het ADN-basis, ADN-chemie of ADN-gasdiploma heeft het Onderwijscentrum Binnenvaart (OCB) een examentrainingstool ontwikkeld. Middels de examentrainer kan op internet het examen geoefend worden met de door de CCR vastgestelde examenvragen.
 
De kracht van de examentrainer heeft ook een aantal bedrijven overtuigd om een eigen omgeving aan te schaffen. Zo gebruikt Interstream Barging deze trainer voor hun werknemers die op moeten voor het examen. Werknemers kunnen zo veel oefenen als zij willen. Transafe biedt de trainer als extra service aan de kandidaten van de basiscursus ADN en cursus ADN-Chemie, zodat zij optimaal voorbereid naar het examen gaan. Beide organisaties geven aan zeer tevreden te zijn over het gebruik.
 
Op de site van het OCB vindt u meer informatie: www.binnenvaartacademie.nl

Naar boven


Nieuwe Multilaterale overeenkomst stookolieschepen

Voor het vervoer van stookolie is eind 2012 een Multilaterale overeenkomst (MO) getekend en gepubliceerd in de Staatscourant. In deze MO 005 is o.a. uitstel gekomen voor “vullers” tot 2017 voor het hoeven aansluiten van de gasretourverbinding, als deze eind 2012 nog niet aanwezig was. Schepen mogen de dampen, die vrijkomen bij belading, vrijlaten door de ontspaninrichting. In afwijking van ADN 9.3.2/3.22.4 a) hoeft hier zich geen vlamkerend rooster te bevinden.
Ook werd een verwarmbare gasretourleiding verplicht gesteld voor schepen in het vervoer van stookolie; de extra aantekening “40” in kolom 20 van ADN 3.2. Tabel C bij het vernieuwen van Klasse vanaf 31-12-2012.
 
Inmiddels is er een nieuwe Multilaterale Overeenkomst (MO 009). De MO 009 is de opvolger van MO 005 en is gewijzigd op de volgende punten:
  1. Paragraaf 2 is gewijzigd, waardoor het niet meer verplicht is om het leidingwerk aan boord van een schip te verwarmen indien er zware stookolie (UN3082) wordt vervoerd. Deze verplichting zal met de inwerkingtreding van het ADN 2015 komen te vervallen. Het is daarom niet wenselijk dat die verplichting nog wel geldt voor 2014. Schepen (die in 2014 hun Certificaat van Goedkeuring gaan verlengen) zouden dan alleen voor 2014 een kostbare installatie voor de verwarming van de leidingen aan boord moeten aanschaffen en installeren;
  2. Paragraaf 3 (b) is licht gewijzigd. Dit omdat de oude passage bij sommigen tot misinterpretatie leidde. Materieel verandert er met deze kleine wijziging niets;
  3. Paragraaf 3 (b) kent een wijziging t.o.v. het verplichte gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen bij laden en lossen. In de MA-009 is voorgeschreven dat indien de vorige lading geen stookolie is geweest, rekening moet worden gehouden met de eigenschappen van die stof m.b.t. het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en vlamkerende roosters.
De MO 009 is al door Nederland ondertekend. Naar verwachting zal ook Duitsland op korte termijn ondertekenen. Hierna zal deze in de Staatscourant worden gepubliceerd.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Stabiliteit van containerschepen: vervolgmaatregelen na ronde tafel

De Centrale Rijnvaartcommissie (CCR) organiseerde op 5 september 2013 een ronde tafel over stabiliteit van containerschepen. Eerdere berichten in onze nieuwsbrief kunt u hier en hier vinden.
 
Naar aanleiding daarvan heeft het Comité Politiereglement (RP) van de CCR besloten om een inventarisatie te houden van ‘best practices’ in de sector, met als doel om op basis daarvan ‘guidelines’ te ontwikkelen op het gebied van (nieuwe) technologie, opleiding, enzovoort.
 
Daarnaast zal de CCR ook de IMO-werkzaamheden op dit gebied actief blijven monitoren.
 
Zoals al eerder aangegeven, vereist het oplossen van de problematiek van de onjuiste containergewichten - een belangrijk onderdeel van goede stabiliteit - een wereldwijde aanpak, waarbij de primaire verantwoordelijkheid bij de verlader ligt.
 
Om te voorkomen dat de bovengenoemde guidelines mogelijk tot ‘windowdressing’ leiden (hoge kosten voor maatregelen die er in theorie goed uitzien maar die in de praktijk niet tot veiligheidsverbeteringen leiden) vindt het CBRB het belangrijk om eerst het ‘veiligheidsrendement’ (veiligheidswinst in relatie tot kosten) van de geïnventariseerde best practices in kaart te brengen.
 
Het betreffende CCR-document kunt u hier vinden.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Werkschema Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) t.b.v. schepen aangedreven op LNG

Het secretariaat van de CCR heeft het onderstaande overzicht opgesteld van de werkzaamheden ter aanpassing van de CCR-voorschriften om rekening te houden met door LNG aangedreven vaartuigen.
 
Het gaat om een:
  1. wijziging van het Reglement van Onderzoek Schepen op de Rijn (ROSR)[1];
  2. wijziging van het Rijnvaartpolitiereglement (RPR);
  3. wijziging van het Reglement Scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP);
  4. impactanalyse[2] (één enkele analyse voor alle wijzigingen);
  5. besluit (één enkel besluit voor alle wijzigingen).
 
Besluitvorming binnen de CCR gebeurt altijd nadat eerst relevante werkgroepen en comités zich over het onderwerp hebben gebogen.
 
 
Tijdschema ROSR
Technische vereisten voor met LNG aangedreven vaartuigen
 
 
RPR
Vereisten voor de omgang met LNG aangedreven vaartuigen en verkeersvoorschriften
 
RSP
Vereisten voor het personeel van met LNG aangedreven vaartuigen
 
2014 jan     1e lezing wijzigingen door de werkgroep
feb 1e lezing wijzigingen door de werkgroep 1e bespreking van de wijzigingen door de werkgroep  
ma     Terugkoppeling naar het comité
apr Terugkoppeling naar het comité Terugkoppeling naar het comité  
mei     2e lezing wijzigingen
juni 2e lezing wijzigingen door de werkgroep; 1e lezing impactanalyse; 1e lezing ontwerpbesluit    

 
sept 3e lezing (indien nodig) door de werkgroep; 2e lezing impactanalyse; 2e lezing ontwerpbesluit Bespreking van de wijzigingen door de werkgroep; bespreking impactanalyse; bespreking ontwerpbesluit 3e bespreking van de wijzigingen (indien nodig) door de werkgroep; bespreking impactanalyse; bespreking ontwerpbesluit
okt Goedkeuring van de wijzigingen, impactanalyse en ontwerpbesluit door de comités
dec CCR-besluit (formele goedkeuring)
2015 dec Inwerkingtreding
 
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..
 

[1]     Naar alle waarschijnlijkheid zullen deze wijzigingen worden overgenomen in Bijlage II van Richtlijn 2006/87/EG met de technische vereisten voor binnenvaartschepen.
[2]    Voorafgaande besluitvorming door de CCR is een probleem-en impactanalyse nodig

Naar boven


Huisvuildiscussie

Er is de laatste tijd veel discussie over de afgifte van huisvuil en de eventueel daaraan verbonden kosten. Veel argumenten komen neer op het dubbel moeten betalen voor huisvuil omdat bemanningsleden dat privé ook al doen. Vervolgens wordt gesteld dat nationale heffingen strijd met het CDNI-verdrag opleveren.
Het is duidelijk dat binnenschepen met bemanningen varen en dat die bemanningen vaak ook thuis betalen voor de afgifte van huisvuil. Het is echter ook zo dat de afgifte van huisvuil in het CDNI-verdrag als bedrijfslast wordt gezien (want veroorzaakt door of vanwege het bedrijfsmatig vervoer van goederen en personen) die aan het bedrijf doorbelast worden.
Ook in andere bedrijven werken mensen die ook thuis belast worden voor de afgifte van huisvuil terwijl het bedrijf ook een heffing betaald. De bemanningen worden door deze regeling niet belast. Het CDNI-verdrag biedt wel aanknopingspunten om dit aan te vechten maar de verdragsstaten hebben de uitleg van Nederland geaccepteerd. Juridisch gezien moet je van goeden huize komen om uitleg van verdragen door de verdragsluitende staten zelf aan te vechten.
 
Politiek is er wellicht meer mogelijk. Over het algemeen gesproken is de heffing die nu aan de binnenvaartvervoerders wordt opgelegd niet zeer hoog. Dat men het liever niet wil betalen is begrijpelijk maar steekhoudende argumenten om daar iets tegenover te zetten zijn niet eenvoudig te construeren en het is uitermate twijfelachtig of dit iets oplevert.
Het CBRB heeft ervoor gekozen om dit niet te doen maar in te zetten op een zo groot mogelijke vermindering van kosten en een adequate en voldoende mogelijkheden voor bedrijven om hun huisvuil en KGA af te geven. Daarnaast blijven we streven naar een internationale regeling en een breed inzamelnetwerk.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Nederlandse binnenhavens & financiële steun uit Europa

Het CBRB voert het secretariaat van de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB). Op dit moment speelt er veel in Europa wat belangrijk kan zijn voor de Nederlandse binnenhavens. De vraag is: “Op welke wijze kunnen Nederlandse binnenhavens, die deel uitmaken van het Trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T) gebruik maken van beschikbare Europese middelen?”
De NVB zal in het eerste halfjaar van 2014 een student hiernaar onderzoek laten doen. Het CBRB zal dit faciliteren.

 
Na veel inzet van onder meer de NVB en de European Federation of Inland Ports (EFIP) wordt in Brussel ingezien dat binnenhavens integraal deel uitmaken van het zo belangrijk achterlandnetwerk. Er is budget beschikbaar voor het TEN-T. Dit programma heeft als doel om binnen de Europese Unie tot één grensoverschrijdend hoofdnetwerk te komen. In de nieuwe TEN-T-regeling zijn er zogenaamde ‘core and comprehensive ports’ en 9 (vervoers) corridors.
 
In Brussel is behoefte aan inzichten welke projecten te verwachten zijn en door welke partijen aanspraken kunnen/zullen worden gemaakt op beschikbare middelen.
 
NVB: “Werkelijkheid is dat Nederlandse binnenhavens moeilijk aan de beschikbare Europese middelen komen en dat het lastig is aan diverse eisen te kunnen voldoen. Dit heeft onder meer te maken met de benodigde cofinanciering, maar ook beschikbare kennis, tijd en beleidsmatige keuzes”.
 

Freya Diepeveen 

Op 27 januari start Freya Diepeveen met haar onderzoek in opdracht van de NVB. Freya heeft dan haar Minor Maritime and Port Management aan de Rotterdam Mainport University afgerond en studeert af voor de opleiding HBO Logistiek & Economie aan Windesheim in Zwolle. De studente zal in opdracht van de NVB onderzoek doen op welke wijze Nederlandse binnenhavens, die deel uitmaken van het Europese Core en Comprehensive netwerk, gebruik kunnen maken van de beschikbare Europese middelen. De studente zal onderzoek doen, inventariseren welke projecten er in de relevante binnenhavens spelen en een adviesrapport opstellen.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


De Binnenhavenmonitor

Onderzoek naar de beste methode om het economisch belang van de Nederlandse binnenhavens te monitoren
 
Het secretariaat van de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) wordt gevoerd door het CBRB. De NVB heeft laten onderzoeken of de huidige studies naar het economisch belang van binnenhavens kunnen worden door ontwikkeld naar een Binnenhavenmonitor. De NVB is er van overtuigd dat beschikbaarheid van cijfers van het economisch belang van het geïntegreerde netwerk van de Mainports, Greenports en Blueports onontbeerlijk is.
 
De NVB heeft eerder het economisch belang van Nederlandse binnenhavens in kaart laten brengen. De resultaten hiervan staan in de rapporten "Blue Ports: knooppunten voor de regionale economie" en "Blue Ports, de onmisbare schakels". In 2012 was de toegevoegde waarde van de Nederlandse binnenhavens € 13,2 miljard. Met de inzichten van dit soort onderzoeken kunnen Nederlandse binnenhavens op een volwaardige wijze worden meegenomen in het beleid en de besluitvorming.
Hier treft u de Nederlandstalige samenvatting aan van de onderzoeksresultaten. Geconcludeerd is dat de methode die gebruikt is voor de eerdere Blue Ports-rapporten, met enkele aanpassingen, de meest optimale methode is om het economisch belang van binnenhavens te monitoren. Geconstateerd is dat de beschikbaarheid van de benodigde data bij de verschillende havens de grootste bottleneck is. De onderzoeker heeft daarom voor de NVB en voor de havens een handleiding opgesteld waarin stapsgewijs wordt uitgelegd hoe de directe en indirecte toegevoegde waarde van de havens kan worden berekend.

 
Aan de slag
Het allerbelangrijkste is commitment van de Nederlandse havens en beschikbaarstelling van de juiste data. Voor de uitvoering van de eerste twee stappen, de bepaling van de lijst met havengebonden bedrijven en het verzamelen van de werkgelegenheidscijfers is medewerking van de havens nodig. De NVB zal de komende periode gebruiken om de laatste drie stappen van de methode, waarmee het economisch belang wordt berekend en in cijfers wordt uitgedrukt, te automatiseren.
 
In samenwerking met de leden, de Nederlandse havens, zal de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens de komende tijd aan de slag om de Binnenhavenmonitor tot een succes te maken.
Bij publicaties op de NVB website vindt u volgende documenten:
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Toezichtplan Vervoer over Water 2014

Recent werd het Toezichtplan Vervoer over Water 2014 gepresenteerd door de toezichthouders.
In dit plan staat dat gestreefd wordt naar een versterking en verbetering van de samenwerking met als gevolg minder toezichtlast en meer effect.
 
Op basis van de risicoanalyse uit 2013 hebben de handhavingspartners afgesproken om bij de binnenvaart in 2014 extra aandacht te geven aan de volgende onderwerpen:
  • Naleving van de vaar- en rusttijden en bemanningssterkte
    Oververmoeidheid is een belangrijk veiligheidsrisico op de vaarwegen. Naleving van de geldende vaar- en rusttijden krijgt om die reden extra aandacht in de handhaving.
  • Dragen van reddingsvesten
    Uit de incidentcijfers blijkt dat het niet dragen van reddingsvesten regelmatig oorzaak is van ongevallen met dodelijke afloop. De diensten zullen daarom hierop gaan letten tijdens de reguliere inspecties.
  • Passagiersvaart
    Uit de risicoanalyse blijkt dat passagiersschepen, waaronder (open) rondvaartboten, hun uitrusting niet altijd op orde hebben.
  • Recreatievaart
    De recreatievaart is risicovol, vooral in combinatie met de binnenvaart. Daarom krijgt het vaargedrag extra aandacht. Specifieke risicovolle zaken zijn daarbij: te snel varen, alcoholgebruik en plaats op de vaarweg.
Regionale handhavers hebben ook aandachtspunten. Zo zal in BTR Rijnmond en in BTR Zuid-Oost extra aandacht zijn voor de handhaving van scheepsafvalstoffen en het over de ijk varen door zandschepen. In BTR Zuid-West zal extra aandacht schenken aan de uitluisterplicht en de voertaal.
In 2015 wordt het zogenaamde Maritiem Single Window operationeel. Dit maritieme ‘loket’ maakt het mogelijk dat meldingen van bedrijven over zeeschepen, lading en personen via één centraal informatiepunt binnenkomen bij de overheid. Voor de binnenvaart wordt dit in 2014 opgeleverd: het Binnenvaart Single Window.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Onvoldoende ligplaats voor tankers met blauwe kegel in haven Antwerpen

Op deze kaart is te zien dat er in de haven van Antwerpen maar twee officiële ligplaatsen voor tankers met een blauwe kegel zijn, namelijk aan de kade 531 en de kade 81-85. Door de bevoegde autoriteit wordt er primair vanuit gegaan dat schepen zoveel mogelijk op het terrein van de tankinstallaties liggen.

Tankers die liggen aan conventionele kaaien worden steeds actiever weggestuurd.
Het CBRB heeft gevraagd aan haar Belgische collega-brancheorganisatie (Unie der Continentale vaart) om deze problematiek aan te kaarten.


Eind februari wordt dit onderwerp besproken bij een overleg tussen de binnenvaart en het havenbedrijf Antwerpen.
 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Beschikbaarheid ligplaatsen Dintelhaven Rotterdam

In een overleg tussen binnenvaartbedrijfsleven en het Havenbedrijf Rotterdam, is de beschikbaarheid van ligplaatsen in de Dintelhaven besproken. Op de daar aanwezige steigers zijn borden geplaatst waarop staat dat het verboden is om af te meren.
Vanuit het binnenvaartbedrijfsleven is aangegeven dat er ter plaatse onvoldoende ligplaats is voor schepen die wachten op lading. Ook schepen waarvan na belading de bemanning hun nachtrust moet houden, kunnen er niet afmeren.

Navraag heeft duidelijk gemaakt dat de steigers in de Dintelhaven in beheer zijn bij EBS. Zij bepalen wie ligplaats mag kiezen op de steigers.
Bij een laadopdracht, waarbij EBS betrokken is, zou na overleg met de operationele terminal, ligplaats kunnen worden genomen, zowel voor als na belading.
 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


STC-Group opent tankerpracticum in Brielle

Onder grote belangstelling van bedrijfsleven en Mbo’ers Procesindustrie is op 25 januari jl. in Brielle het nieuwe Tankerpracticum van de STC-Group geopend. In het Tankerpracticum kunnen (potentiële) bemanningsleden van tankers en medewerkers van tankterminals onder veilige omstandigheden oefenen met het laden en lossen van (gevaarlijke) vloeibare lading.
 
Negentig procent van de ongevallen wordt veroorzaakt door verkeerd menselijk handelen. De gevolgen van die foutieve handelingen kunnen groot zijn. Zeker als de fouten gebeuren bij het laden en lossen van chemicaliën. Het regelmatig trainen van praktijksituaties en procedures helpt bij het voorkomen van fouten. Dat is de reden dat de STC-Group op haar locatie in Brielle een hypermodern tankerpracticum heeft gebouwd. Op deze locatie bevindt zich een volledig uitgerust opleidings- en trainingscentrum voor de Procesindustrie. Zo zijn hier onder andere een Oefenfabriek, een Oefenfabriek-simulator, een Thermal Power Plant Simulator en een Processimulator te vinden.
 
Forse investering
De officiële openingshandeling van het Tankerpracticum werd verricht door Erik Hietbrink, voorzitter College van Bestuur van de STC-Group. Tijdens zijn speech memoreerde Hietbrink aan het feit dat de STC-Group de afgelopen jaren ruim 40 miljoen euro heeft geïnvesteerd in de upgrade van simulatoren en de ontwikkeling van nieuwe praktijkfaciliteiten zoals het Tankerpracticum. “Die investeringen waren noodzakelijk om er voor te zorgen dat de STC-Group ook in de toekomst het beste en meest praktijkgerichte onderwijs en goede trainingen kan bieden voor het bedrijfsleven en hun (potentiële) medewerkers”, aldus Hietbrink.
 
Aansluitend aan de opening konden de bezoekers deelnemen aan een aantal workshops ‘Conditiebewaking op Rotating Equipment’. Deze workshops zijn verzorgd door Emerson.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Simonette Kraaij, hoofd Public Relations van de STC-Group. Telefoon 010 – 448 64 43 / 0623 – 721 149. Of stuur een e-mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Resultaten Maatwerk

Het Bureau Voorlichting Binnenvaart (BVB) zet de laatste jaren stevig in op ladingwerving met het logistieke project Maatwerk Voorlichting Binnenvaart. Dit heeft erin geresulteerd dat er jaarlijks zo’n 35.000 vrachtwagenbewegingen blijvend van de weg naar het water zijn gehaald. De verwachting is dat er de komende jaren nog eens 40.000 vrachtwagenbewegingen naar het water gehaald kunnen worden door de lopende contacten die er zijn. Een van de recente successen is Rubber Recourses. Deze producent haalt met de overstap naar het water jaarlijks 800 vrachtwagenbeweging van weg. Ook Radium Foam Maastricht heeft de weg naar het water gevonden. Zij gaan jaarlijks 720 vrachtwagenbewegingen aan matrassen over water vervoeren. Het BVB kijkt niet alleen naar nieuwe containerstromen. Er wordt op dit moment een onderzoek uitgevoerd naar de potentie van het vervoer van mest per binnenvaart. Geen nieuwe markt, maar als gevolg van nieuwe regelgeving is het voor bestaande bedrijven interessant te kijken naar uitbreiding van hun stromen. De binnenvaart kan hier een grote rol gaan spelen.
 
Om de voortgang van het project Maatwerk zeker te kunnen stellen, gaat het BVB aankomend half jaar de samenwerking aan met InlandLinks. InlandLinks heeft een enorm groot netwerk en kennis van de logistieke stromen van en naar de Rotterdamse haven en Maatwerk heeft de logistieke kennis en ervaring op het gebied van modal shift. Door de krachten te bundelen kan voor beide partijen een win-win situatie gecreëerd worden met als uiteindelijk resultaat meer (achterland)vervoer over water.
 
Tijdens het eerste Binnenvaartcafé van het jaar, op 19 maart, willen de beide partijen naar buiten treden met de samenwerking en presenteren wat ze gaan doen om dit te bewerkstelligen. Dan zal tevens een eerste praktijkcase gepresenteerd worden die door de samenwerking tot stand is gekomen.
 
Het BVB organiseert sinds 2011 het Binnenvaartcafé in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam. Hierin voert het BVB de praktische organisatie uit; het Havenbedrijf stelt de locatie en catering ter beschikking. 

Naar boven