Nieuwsbrief 2013 - 01

  1. Resultaten Havenalliantie 2007 - 2012
  2. Informatiesysteem voor ligplaatsen
  3. IIR Energy Small Scale LNG-Conferentie
  4. Vernieuwde Europese richtlijn voor nieuwe scheepsmotoren
  5. Onderzoek naar de leefstijl in de binnenvaart
  6. Onderzoek spudpalen haven Rotterdam
  7. Enquête uitvoering deel B Scheepsafvalstoffenverdrag voor vervoerders in de droge en natte bulk
  8. Overleg Binnenvaart met Havenbedrijf
  9. Nieuwe CAO voor de Binnenscheepvaart
  10. Binnenvaart Innovatie en Expertise-evenement op donderdag 7 februari 2013
  11. SZW lijst met kankerverwekkende processen
  12. Het 7e IVR-Colloquium
  13. Stoffenlijsten tankvaart ADN 2013
  14. Snelheidsbeperkingen Rotterdam met een jaar uitgesteld
  15. Multilaterale overeenkomst M005 - stookolie
  16. WiFi in de haven
  17. Stremming scheepvaart en ligplaatsen buiten gebruik in Rotterdam
  18. Havengeld Antwerpen
  19. Nieuwe toegangsprocedure Antwerpen
  20. Nieuwe leden

Resultaten Havenalliantie 2007 - 2012

In maart van 2012 hebben de zeehavenbedrijven van Amsterdam, Groningen, Rotterdam en Zeeland de Branche Organisatie Zeehavens(BOZ) opgericht. De BOZ vormt het platform van de Nederlandse zeehavenbeheerders om de gezamenlijke belangen op elkaar af te stemmen en bij de Rijkspartijen onder de aandacht te brengen. Als CBRB zijn wij op 20 december jl. bij de eerste stakeholders-bijeenkomst geweest. Het CBRB had in het verleden grote betrokkenheid in de twee jaar geleden ontbonden Nationale Havenraad. In de Economische visie op de lange termijn ontwikkeling van Mainport Rotterdam, de kabinetsvisie die Economische Zaken samen met I&M in 2009 heeft opgesteld, is vastgesteld dat het betrokken ministerie samen met de zeehavens onderzoek gaan doen om de netwerkontwikkeling en (commerciële) samenwerking tussen zeehavens te versterken. De drie gezamenlijke studies die in dit kader vanuit bovengenoemde Mainportvisie bij de BOZ zijn afgerond, betrof:
  1. Goederenstromen 2020 – 2040 van de Nederlandse zeehavens;
  2. Ruimtebehoefte van maritieme stromen;
  3. Opties voor (commerciële) samenwerking van de 4 grote havenbeheerders; 
Deze studie richtte zich op samenwerkingsmogelijkheden tussen de verschillende grote Nederlandse havenbeheerders op (commercieel) gebied. De studie omvatte een markt en concurrentieanalyse en een SWOT-analyse.
Conclusies van deze studie waren:
  • De Nederlandse zeehavens hebben ieder hun eigen karakteristieken qua soort bedrijven die in de haven gevestigd zijn en ladingstromen. Hierdoor is de positionering van de havens richting de gebruikers ook verschillend. Er is sprake van een heterogeen aanbod, dat goed aansluit bij de vraag uit de markt. De havens vullen elkaar aan, dan dat er daadwerkelijk overlappingen zijn waarop de Nederlandse havens onderling concurreren.
  • De Nederlandse zeehavens behoren tot de meest gediversifieerde havens van Europa en zijn daardoor goed in staat om schommelingen in economische omstandigheden op te vangen.
  • De Nederlandse zeehavens werken op tal van niet-commerciële en soms zelfs commerciële terreinen al intensief en goed samen zoals in Portbase, duurzaamheid, veiligheid, loodsen dossier, Europese dossiers, Keyrail, achterlandvervoer en topteam logistiek.
  • De grootste uitdaging voor de toekomst ligt in de multimodale verwerking van de goederenstromen naar het achterland. Deze groei zal niet alleen door meer infrastructuur kunnen worden opgevangen, maar vraagt ook om een efficiencyslag in het gebruik van bestaande infrastructuur, zoals modal shift, synchro modaliteit en de toepassing van innovatieve ICT-instrumenten in de logistiek.
  • De noodzaak voor samenwerking (bijvoorbeeld op het gebied van achterlandverbindingen en een beleidsmatig gelijk speelveld in EU) tussen (Nederlandse) zeehavens wordt vergroot door een aantal marktontwikkelingen:
    1. Door verdere groei van globale marktspelers wordt hun marktmacht ten opzichte van de individuele havenbeheerders vergroot. Zonder samenwerking betekent dit het risico van versnippering;
    2. Opkomst van Zuid-Europese havens zorgt voor meer concurrentie voor de Nederlandse havens;
    3. Opkomst Oost-Europese landen als goedkope locatie voor productie en VAL-activiteiten (Value Added Logistics). Met meer stromen aan die kant is het moeilijker voor de Nederlandse havens om de huidige positie te handhaven;
    4. Het zwaartepunt van de wereldeconomie verschuift richting Azië. Deze verdergaande globaliseringstrend in combinatie met de verdergaande containerisatie zorgt voor een toename van het maritieme transport, steeds schaarser wordende fysieke en milieuruimte in de havens
Op basis van deze studie zijn de havens gekomen tot een zogenaamd ‘8-puntenplan’ voor samenwerking, waaronder:
  1. Gezamenlijk formuleren van een Nationale Havenstrategie.
    • De havens hebben behoefte aan een helder en stimulerend rijksbeleid, gericht op een (Europees) gelijk speelveld. Deze nationale strategie kan worden doorvertaald naar het beleid van provincies en gemeenten. Een strategie die tevens zorgdraagt voor een systematische en voortvarende realisatie van de gezamenlijke benoemde en mogelijk nieuwe projecten. De opzet van deze havenstrategie zullen de havenbeheerders verder uitwerken in het kader van de BOZ en met de relevante ministeries.
  2. Ontwikkelen van een strategische achterlandvisie:
    • Havenbeheerders zullen in gezamenlijkheid een strategische visie en bijbehorende projecten voor een optimaal intermodaal vervoersnetwerk, (weg, binnenvaart, rail en buisleiding) tussen de zeehavens onderling en tussen de zeehavens en de belangrijkste (inter-) nationale logistieke knooppunten in het achterland, ontwikkelen inclusief de daarvoor benodigde ICT-instrumenten.
  3. Opstellen en uitvoeren innovatieagenda, kennisontwikkeling en onderzoek:
    • In samenwerking met kennisinstellingen (als de universiteiten, Dinalog, Connekt, en het Topteam Logistiek) en marktpartijen willen de havens een aansprekende innovatie agenda opstellen en in uitvoering brengen.
  4. Onderwijs en Arbeidsmarkt:
    • Het ontwikkelen van gezamenlijke promotiecampagnes (bijvoorbeeld om beeldvorming van werken in de haven te verbeteren), het afstemmen over leerprogramma’s met opleidingscentra en gezamenlijke afstemming met universiteiten, hbo’s en mbo’s.
  5. Internationale promotie:
    • samenwerking in het buitenland.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Informatiesysteem voor ligplaatsen

Panteia/NEA is bezig om een informatiesysteem voor ligplaatsen te ontwikkelen. Hiermee moeten bestaande problemen op het gebied van ligplaatsen opgelost worden. Zo moet voor schippers in een oogopslag duidelijk worden of de ligplaats al vol is, welke faciliteiten men kan aantreffen en welke regels er ten aanzien van het ligplaats nemen gelden. Nu moeten daarvoor vaak nog meerdere websites geraadpleegd worden. Het informatiesysteem voor ligplaatsen moet alle informatie over ligplaatsen op een plaats aanbieden.
Schippers krijgen inzicht in:
  • De actuele bezetting op de ligplaats;
  • De faciliteiten op de ligplaats (walstroom, autosteiger, afvalafgifte, etc.);
  • De voorzieningen in de nabijheid van de ligplaats (bouwmarkten, supermarkten, openbaar vervoer);
  • De regels ten aanzien van het ligplaats nemen (ligduur, maximale lengte);
  • Vertrektijden van andere schepen.
Het informatiesysteem voor ligplaatsen geeft voor elk schip, of het nou een spits is of een 135-meter schip, per ligplaats aan of er nog voldoende ruimte is. Dit gebeurt op basis van AIS. Op een overzichtelijke kaart worden alle schepen netjes ingetekend, inclusief richting. Zo kan precies bepaald worden waar nog vrije ruimte beschikbaar is.
 
Dit alles moet leiden tot een betere benutting van ligplaatsen, een betere allocatie van schepen, een verhoogde veiligheid op de rivier als gevolg van minder overschrijding van de vaartijd en minder ankerliggers, maar bovenal een betere reisplanning. Schippers kunnen nu namelijk strategische keuzes maken ten aanzien van het ligplaats nemen op basis van actuele informatie.
 
Panteia\NEA heeft om het draagvlak voor dit systeem te peilen en de inrichting van het systeem te toetsen een enquête op het web gezet.
Deze enquête is te raadplegen op panteia.onderzoek.nl/ligplaatsen. Het invullen van de vragenlijst zal ongeveer tien minuten in beslag nemen. De gegevens worden vertrouwelijk verwerkt.
 
Voor meer informatie kunt u, via de mail, contact opnemen met de heer Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


IIR Energy Small Scale LNG-Conferentie

Het CBRB is geregeld aanwezig bij diverse bijeenkomsten die interessant kunnen zijn voor haar leden. December jl. heeft de ‘Small Scale LNG’ bijeenkomst plaatsgevonden. Diverse toonaangevende sprekers hebben de aanwezigen op de hoogte gebracht van de laatste ontwikkelingen, waaronder de mogelijke prijzen van diesel en de verwachte toekomstscenario’s van LNG in de gehele keten. Hieronder treft u de links aan van een geselecteerd aantal die wellicht voor u interessant zijn.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Vernieuwde Europese richtlijn voor nieuwe scheepsmotoren

U kunt het zich wellicht nog herinneren de berichtgeving in de CBRB nieuwsbrief van destijds.
Ingenieursbureau Arcadis België had in 2008 namens de Europese Commissie een zogenaamde “impact assessment” uitgevoerd ten aanzien van de fase III en IV-motoren welke aanvankelijk in respectievelijk 2012 en 2016 ingevoerd zullen worden.
Het CBRB en op Europees niveau de EBU, Europese Binnenvaart Unie, hebben zich ingezet om tot een geharmoniseerde motorenmarkt te komen om extreme vertragingen en kosten te voorkomen voor de relatief kleine Europese motorenmarkt. EUROMOT (Europese brancheorganisatie motorfabrikanten) was van mening dat emissie-eisen voor motoren die de CCR (Centrale Commissie voor de Rijnvaart) voorstelde, zeer waarschijnlijk niet gehaald kunnen worden en dat een aantal motorleveranciers zich van de Europese markt zullen terugtrekken. Ook zou het brandstofverbruik (CO2-uitstoot) met 3% toenemen met het voorstel van de CCR. Daartegenover stond dat het voorstel van de CCR scherpere eisen stelt aan PM10 en NOx wat gunstiger is voor het milieu. Het EUROMOT-voorstel was gebaseerd op een eerder aangenomen wijzigingsvoorstel in de Verenigde Staten EPA (Environmental Protection Agency), welke de TIER III en IV-eisen kennen. De additionele kosten welke gepaard zouden gaan met het voorstel van de CCR, stonden naar onze mening niet in verhouding tot de milieuwinst. Gelet op de vertraging in het Europese dossier was het in feite in 2008 al niet meer haalbaar om per 2012 reeds een nieuwe emissie-eis te verwachten.
 
Dit was toen. Nu zijn er nieuwe onderzoeken aangekondigd. Een andere afdeling binnen de EU heeft het dossier onder haar hoede en er wordt wederom een nieuwe impact assessment uitgevoerd. Ditmaal door Panteia. De insteek van de EBU zal wederom zijn dat vergroening binnen zeer beperkte economische kaders moet plaatsvinden en dat de insteek voor een wereldwijde motorenmarkt wenselijk is. Een hoorzitting zal op 14 februari a.s. in Brussel plaatsvinden, de vraag is echter of dit vanaf 2016 gerealiseerd zal gaan worden. 
 

Voorstel uit 2008 CCR vs. EPA

Naar boven


Varen = leven = gezond?

Onderzoek naar de leefstijl in de binnenvaart
 
U werkt in de mooiste sector die er is, de binnenvaart. Varen is een mooi beroep, maar ook hard werken. Onregelmatige tijden, fysieke arbeid en nu ook langer doorwerken. Werken in de binnenvaart is een manier van leven. Dat wilt u zo lang mogelijk blijven doen. Zolang u maar gezond blijft.
Een gezonde leefstijl kan hier aan bijdragen, maar past dit wel bij deze manier van leven?
 
Stichting Onderwijscentrum Binnenvaart zoekt continu naar mogelijkheden om de kwaliteit van medewerkers in de binnenvaart te verbeteren. Een van de thema’s waar st OCB het belang van inziet is het stimuleren van een gezonde leefstijl. Daarom onderzoekt Willie Bennik, in het kader van haar afstudeeronderzoek, hoe het gesteld is met de leefstijl in de binnenvaart in relatie tot de duurzame inzetbaarheid van medewerkers en goed werkgeverschap. Resultaten worden gebruikt om de sector te adviseren over mogelijke verbeteringen met betrekking tot een gezonde leefstijl.

Onderdeel van dit onderzoek is een enquête onder varende werknemers in de sector. Bent u matroos, schipper of kapitein in de binnenvaart en wilt u ook meewerken aan dit onderzoek? Volg dan deze link. Of kijk op www.onderwijs-binnenvaart.nl.
Het invullen van de vragenlijst neemt ongeveer 15 minuten in beslag. U blijft bij het beantwoorden van de vragen anoniem.

Verder meepraten over dit onderwerp?
Op 19 februari kunnen kapiteins, schippers en matrozen meepraten over dit belangrijke onderwerp en hun mening geven over de leefstijl in de binnenvaart. Tijdens een bijeenkomst van een halve dag (ochtend of middag) gaan we dieper op het onderwerp in. Wilt u ook uw bijdrage leveren? Meldt u dan aan door een mail te sturen aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..
Uw mening wordt zeer gewaardeerd!

Naar boven


Onderzoek spudpalen haven Rotterdam

In een eerdere editie heeft Leny van Toorenburg van Koninklijke Schuttevaer geschreven dat er een onderzoek naar de invloed van spudpaalgebruik op de bodem zou plaatsvinden, door het Havenbedrijf Rotterdam.
Het onderzoek dient er toe om na te gaan of het spudpaalgebruik tot schade aan de bodem kan leiden. De uitkomst van het onderzoek kan er toe leiden dat het aantal locaties waar nu kan worden gelegen met behulp van de spudpaal, al dan niet nader uitgebreid kan worden.
 
Het Havenbedrijf heeft fors voor dit onderzoek in de buidel moeten tasten. In dit onderzoek wordt met duikers gekeken naar het effect van de spudpaal op de verschillende bodemtypes. Hierbij zal het effect van de drie meest gebruikte spudpalen worden bekeken.
 
Het onderzoek zal waarschijnlijk in het tweede kwartaal van dit jaar worden afgerond. Aan het onderzoek zou aanvankelijk door meerdere havens worden meegewerkt. Helaas hebben de andere havens afgehaakt. Dat het Rotterdams Havenbedrijf toch besloten heeft het onderzoek dan maar alleen te laten doen is derhalve prijzenswaardig en geeft aan dat haar wel wat gelegen is aan nieuwe innovatieve ontwikkelingen.
 
Namens de gezamenlijke organisaties: BBU, CBRB en Koninklijke Schuttevaer, mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Enquête uitvoering deel B Scheepsafvalstoffenverdrag voor vervoerders in de droge en natte bulk.

Zoals u misschien wel weet is het Scheepsafvalstoffenverdrag (SAV of internationaal CDNI genoemd) van kracht per 1 november 2009.
Dit verdrag is getekend tussen de Rijnoeverstaten over de wijze waarop er door de binnenvaart omgegaan dient te worden met de scheepsafvalstoffen. Deze afvalstoffen zijn gecategoriseerd naar locatie waar deze vrijkomen binnen de vervoersactiviteiten van een binnenvaartschip:
 
Deel A: olie- en vethoudend afval (voornamelijk afkomstig uit de machinekamer)
Deel B: afval van de lading (voornamelijk vrijkomend als restanten vervoert product na uitlossen van het ruim)
Deel C: overig bedrijfsafval (voornamelijk met huishoudelijk afval vergelijkbaar afval afkomstig van de verblijven en kombuis van het schip)
 
Onderzoeksbureau Oranjewoud voert in opdracht van Rijkswaterstaat en met ondersteuning van de binnenvaartbranche (CBRB en BBU) een onderzoek uit naar de zogenaamde B-lijststoffen. Met behulp van een vragenlijst dient er inzicht te komen in de mogelijkheden om afval van de lading af te geven en of deze mogelijkheden passen bij de behoefte vanuit de vervoerders in zowel de droge lading als tankvaart.
 
De vragenlijst zal maximaal 15 minuten van uw tijd vragen (afhankelijk van uw antwoorden krijgt u meer of minder vragen). Graag zouden wij uw inzichten en ideeën ontvangen via deze enquête. Wij vragen via deze weg naar de aanwezigheid van afval inzamelvoorzieningen bij de loslocaties in het kader van scheepsafvalstoffen van de lading. De informatie wordt anoniem aangeleverd en verwerkt in een overzicht van alle loslocaties en hun inzamelvoorzieningen, dan wel geboden alternatieven.  Met de uitkomsten kunnen wij als branche duidelijk zien wat de stand van zaken is omtrent de uitvoering en bekendheid van deel B van het Scheepsafvalstoffenverdrag.
Klik hier om naar de enquête te gaan.
 
Alvast bedankt voor uw medewerking!
Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met dhr. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Naar boven


Overleg Binnenvaart met Havenbedrijf

Op 16 januari jl. heeft er een overleg plaats gevonden tussen de Werkgroep Binnenvaartbelangen Rotterdam (WBR) en het Havenbedrijf Rotterdam N.V. (HbR). Er is onder meer gesproken over Rozenburgse brug, de ligplaatsproblematiek in de Merwehaven, de stand van zaken van wacht- en ligplaatsen en WiFi in de haven
 
Rozenburgse brug
Eind 2012 bent u met deze bekendmaking aan de scheepvaart geïnformeerd dat de bruggen van de Rozenburgsesluis, boven windkracht 6 Beaufort, gemeten aan de veerstoep Rozenburg, niet worden bediend. Zodra de bruggen niet meer bediend worden is tevens de sluis gestremd. Dit bericht is inmiddels gerectificeerd. Zie hiertoe deze mededeling van de Divisie Havenmeester van het HbR. Er is toegezegd dat een optimalisatie plaats zal vinden waardoor de hinder voor de scheepvaart tot een minimum beperkt zal blijven.
 
Ligplaatsproblematiek Merwehaven
De Merwehaven is niet formeel aangewezen als wacht- of ligplaats ten behoeve van de binnenvaart, er wordt echter veel gebruik van gemaakt. Evenals de Rijn- en Maashaven is ook de Merwehaven op termijn (na 2020) beoogd voor woningbouw. Het HbR heeft gedurende een maand geïnventariseerd hoeveel en welke soort schepen er liggen afgemeerd. Hier uit bleek dat er door de week 15-20 schepen liggen en in het weekend soms wel 40. Op termijn zullen voor deze schepen voldoende ligplaatsen moeten zijn.
 
Stand van zaken wacht- en ligplaatsen
In deze presentatie die is gegeven kunt u lezen welke werkzaamheden zijn en worden uitgevoerd.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Nieuwe CAO voor de Binnenscheepvaart

Werkgevers- en werknemersorganisaties in de bedrijfstak hebben een nieuwe CAO voor de Binnenscheepvaart afgesloten. Alle beschikbare informatie over de nieuwe cao, zoals de CAO-tekst, de loontabel en het door CAO-partijen uitgegeven persbericht, kunt u vinden op onze website onder Publicaties/Informatie voor werkgevers.
 
Op onze website vindt u ook een interview met Robert Tieman, waarin hij ingaat op vragen over de nieuwe CAO en duidelijk maakt dat die niet alleen voor werknemers, maar ook voor werkgevers van belang is.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer mr. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Binnenvaart Innovatie en Expertise-evenement op donderdag 7 februari 2013

Zoals aangekondigd ontvangt u de laatste details aangaande het Binnenvaart Innovatie en Expertise-evenement als volgt.
 
Programma
Hier vindt u het gedetailleerde programma. In een middag wordt u door meerdere sprekers uit bedrijfsleven en overheid volledig op de hoogte gebracht van de laatste innovaties in de binnenvaart en wat dat voor u kan betekenen.
Het programma zal geleid worden door de evenement-voorzitter de heer Jan Dirk Stouten, bekend als (sport)journalist/-verslaggever van RTV Rijnmond.
 
Innovatiemarkt
Op de Innovatiemarkt kunt u de innovaties van dichtbij bekijken en uw vragen stellen. Bedrijven zoals MARIN, Sandfirden Technics, Wärtsilä, Pon Power, TNO, Solfic, Koedood Dieselservice en Multronic hebben zich al aangemeld en zullen hun innovatieve producten en/of diensten onder uw aandacht brengen.
 
Deelname en registratie
Deelname als bezoeker is kosteloos. U kunt zich hier aanmelden en ontvangt dan uiterlijk 4 februari de laatste informatie en een routebeschrijving. Het aantal zitplaatsen is beperkt, dus meldt u zich snel aan!
Laat u informeren over innovatie in de binnenvaart op 7 februari!
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het EICB, telefoon: 010 – 798 98 30.

Naar boven


SZW lijst met kankerverwekkende processen

In de Staatscourant (Nr. 15, 4 januari 2013) is een nieuwe versie gepubliceerd van de SZW-lijst van kankerverwekkende stoffen en processen, mutagene stoffen en de NIET-limitatieve lijst van voor de voortplanting giftige stoffen, als bedoeld in artikel 4.11 van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
 
Ter verduidelijking van de vraag om welke stoffen en processen het hier in ieder geval gaat, houdt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een lijst bij van kankerverwekkende stoffen die moeten worden geclassificeerd als categorie 1 en 2 kankerverwekkend volgens de criteria van bijlage VI bij Richtlijn nr. 67/548/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1967 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PbEG 196) of als categorie 1a en 1b volgens de criteria van de Verordening (EG) Nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006.
Deze lijst bestaat uit stoffen en processen die:
  • door de Commissie Werkgroep van Deskundigen van de Gezondheidsraad zijn geclassificeerd als kankerverwekkend, en/of
  • door de EU ingedeeld zijn als zodanig en opgenomen in bijlage VI van Verordening EC 1272/2008 en bijlage 1 bij Richtlijn 2004/37/EG.
De lijst wordt twee keer per jaar geactualiseerd. Klik hier voor de lijst.
 
In 2006 heeft de Arbeidsinspectie een langdurige thema inspectie uitgevoerd in de binnentankvaart.
‘Het ontbrak destijds aan het hebben van een blootstellingbeoordeling welke noodzakelijk is bij het werken met kankerverwekkende, voor de voorplanting giftig en mutagene stoffen (de zogenaamde CRM-stoffen) is het vaakst aangetroffen probleem. Dat was bij 15 van de 43 schepen het geval. Schepen hebben vrijwel nooit een blootstellingbeoordeling, van geen enkele stof. Uit gesprekken met de schippers, maar ook met de branche, blijkt dat de verplichting van een blootstellingbeoordeling vanuit de Arbowet bij velen onbekend is. Men veronderstelt dat ‘alles’ omtrent gevaarlijke stoffen in de ADNR-regelgeving is vervat. Dit is echter niet het geval. Vanuit het ADN zijn vooral veiligheidsvoorschriften opgelegd. Er is niets opgenomen over gezondheidseffecten van het werken met stoffen, noch over effectieve beschermende maatregelen daarvoor. Dit zijn stoffen die ook in de tankvaart vervoerd worden. Vanuit de Arbowet wordt een blootstellingsbeoordeling vereist van het type gevaarlijke stof waarmee gewerkt wordt. Dat dient de aantoonbare grondslag te zijn voor de keuze van bescherming van de werknemers in combinatie met het type persoonlijke beschermingsmiddelen, dat nodig is. Daarbij is het uitgangspunt dat pas in laatste instantie gebruik wordt gemaakt van persoonlijke beschermingsmiddelen. Beter is te zoeken naar meer aan de bron gelegen oplossingen (dit is de Arbeidshygiënische strategie, zoals vanuit de Arbowet wordt nagestreefd). In de beleving van de tankvaart lijkt dit vooral een theoretische discussie. Het is uiteraard van groot belang dat werknemers de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken’
 
Klik voor het rapport uit 2006 hier
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Het 7e IVR-Colloquium

Het 7e IVR-Colloquium vindt onder voorzitterschap van mevrouw Dr. Beate Czerwenka, Afdelingshoofd in het ministerie van Justitie in Berlijn, plaats. Talrijke experts op het gebied van het internationale aansprakelijkheids- en vervoerrecht in de binnenvaart hebben hun deelname toegezegd). Het Colloquium staat onder het beschermheerschap van de rivierencommissies en het Slovaakse ministerie van Transport.
 
CLNI 2012
In het 7e Colloquium zal worden ingegaan op de ontwikkelingen op het gebied van het internationale aansprakelijkheids- en vervoerrecht in de binnenvaart. Actuele aanleiding hiervoor is de recente ondertekening van het herziene CLNI-verdrag. Op 27 september 2012 werd de slotakte ter goedkeuring van het Verdrag van Staatsburg van 2012 inzake de Beperking van Aansprakelijkheid in de Binnenvaart (CLNI 2012) ondertekend. Aan de Diplomatieke Conferentie ter goedkeuring van het Verdrag namen vertegenwoordigers van 13 landen en van diverse erkende internationale organisaties, waaronder IVR, deel. Het gewijzigde Verdrag kwam na meerdere jaren van onderhandeling tot stand en breidt het toepassingsgebied van het huidige Verdrag, dat beperkt is tot Rijn en Moezel, naar de Donaulanden uit. In het Colloquium zal aandacht worden besteed aan de betekenis van het uitgebreide toepassingsgebied van het Verdrag en de risicobeperking die dankzij het CLNI straks ook voor het vervoer in de Donaustaten geldt. Verder zal worden ingegaan op procedurele aspecten en de oprichting en verdeling van het fonds vanuit de praktijk.
 
CMNI en IVTB
Op de tweede dag zullen de ontwikkelingen op het gebied van het vervoerrecht en de betekenis van uniforme internationale vervoervoorwaarden worden behandeld.
 
Aanmeldingsvoorwaarden en relevante informatie
U kunt zich tot 31 januari 2013 aanmelden.
Het aanmeldingsformulier voor deelname aan het Colloquium, het programma alsmede het hotelreserveringsformulier treft u aan op de website van IVR, www.ivr.nl/news
Bratislava is gemakkelijk te bereiken met een vlucht via Wenen. Desgewenst kunnen wij het vervoer Wenen – Bratislava vv. (ca. 1 uur) voor u regelen.
We hopen u in Bratislava te ontmoeten!
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw mr. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.">T.K. (Theresia) Hacksteiner, Algemeen Secretaris IVR

Naar boven


Stoffenlijsten tankvaart ADN 2013

Zoals u in diverse nieuwsbrieven heeft kunnen vernemen zijn er diverse wijzigingen in het ADN 2013 opgenomen. De commissie welke zich hiermee op internationaal niveau bezighoudt, behandeld nu reeds voorstellen voor het ADN 2015. Graag maken wij u middels dit bericht graag opmerkzaam op het feit dat gedurende diverse sessies met experts naar aanleiding van het ongeval met de mts. Waldhof er een wijziging heeft plaatsgevonden op het gebied van de stoffenlijsten. De vervoerder is voor de realisatie van deze wijziging verantwoordelijk. Onlangs bent u hieromtrent wellicht al door uw klassenbureau benaderd. Diverse wijzigingen zijn in Tabel C van het ADN doorgevoerd.
 
In Tabel C zijn een groot aantal stoffen opgenomen waarvan de indeling in een bepaald schip of scheepstype dient te geschieden volgens het zogenaamde beslissingsschema. In de praktijk heeft deze werkwijze geleid tot praktische problemen. Immers, wanneer de eigenschappen van een stof pas bekend worden op het moment dat deze stof ter vervoer wordt aangeboden, kan de stof niet tijdig meer worden opgenomen op de lijst van toegelaten stoffen van het betreffende klassenbureau. De stof zou dan niet vervoerd mogen worden. Om deze impasse te doorbreken hebben de erkende klassenbureaus met de bevoegde autoriteiten afgesproken om de stofposities met sterretjes te herleiden tot reële actuele stofposities. Hierdoor zal de basislijst van de klassenbureaus worden uitgebreid met ongeveer 35 nieuwe stoffen.
 
In aanvulling op bovenstaande aanpassingen zijn tevens de voorschriften van 1.16.1.2.5 van het ADN gewijzigd. In het kort is de consequentie hiervan dat, indien bepaalde stoffen zouden komen te vervallen op basis van aanpassingen in het ADN, het schip uiterlijk op 30 juni 2013 moet beschikken over een nieuwe stoffenlijst. Ondanks het feit dat de formele Nederlandstalige tekst van het ADN 2013 door verschillende oorzaken op zich laat wachten tot 1 maart 2013 hierbij de officiële Engelse tekst alsmede een onofficiële Nederlandse vertaling.
 
 
1.16.1.2.5      Amend to read as follows:
"For tank vessels, the certificate of approval shall be supplemented by a list of all the dangerous goods accepted for carriage in the tank vessel, drawn up by the recognized classification society which has classified the vessel (vessel substance list). To the extent required for safe carriage, the list shall contain reservations for certain dangerous goods regarding:
  • the criteria for strength and stability of the vessel; and
  • the compatibility of the accepted dangerous goods with all the construction materials of the vessel, including installations and equipment, which come into contact with the cargo.
Classification societies shall update the vessel substance list at each renewal of the class of a vessel on the basis of the annexed Regulations in force at the time. Classification societies shall inform the owner of the vessel about amendments to Table C of chapter 3.2 which have become relevant in the meantime. If these amendments require an update of the vessel substance list, the owner of the vessel shall request this from a classification society. This updated vessel substance list shall be issued within the period referred to in 1.6.1.1.
 
The entire vessel substance list shall be withdrawn by the recognized classification society within the period referred to in 1.6.1.1 if, due to amendments to these Regulations or due to changes in classification, goods contained in it are no longer permitted to be carried in the vessel. The recognized classification society shall without delay transmit a copy of the vessel substance list to the authority responsible for issuing the certificate of approval and without delay inform it about amendments or withdrawal.
 
NOTE: When the substance list is available electronically, see 5.4.0.2."
 
 
 
1.16.1.2.5     Het Certificaat van Goedkeuring voor tankschepen moet worden aangevuld met een lijst van alle gevaarlijke goederen die in het tankschip ten vervoer zijn toegelaten (Scheepsstoffenlijst). Deze lijst moet zijn opgesteld door het erkend classificatiebureau dat het schip heeft geclassificeerd. Voor zover noodzakelijk voor een veilig vervoer bevat de lijst voorbehouden voor bepaalde gevaarlijke goederen inzake:
  • de criteria voor de sterkte en stabiliteit van het schip; en
  • de compatibiliteit van de toegelaten gevaarlijke goederen met alle voor de vervaardiging van het schip gebruikte materialen, met inbegrip van installaties en uitrusting, die met de lading in contact komen.
De classificatiebureaus moeten de Scheepsstoffenlijst bij iedere vernieuwing van de klasse van een schip bijwerken op basis van de dan geldende voorschriften in de bijlage. Zij moeten de eigenaar van het schip op de hoogte stellen van wijzigingen in hoofdstuk 3.2, tabel C die in de tussentijd relevant geworden zijn. Indien deze wijzigingen bijwerking van de Scheepsstoffenlijst noodzakelijk maken, moet de eigenaar van het schip een classificatiebureau daarom verzoeken. De bijgewerkte lijst moet binnen de in 1.6.1.1 vermelde periode worden afgegeven.
 
De Scheepsstoffenlijst moet door het erkend classificatiebureau binnen de in 1.6.1.1 vermelde periode worden ingetrokken indien goederen die erin worden vermeld als gevolg van wijzigingen in deze voorschriften of in de classificatie niet meer op het schip mogen worden vervoerd.
 
Het erkend classificatiebureau moet een kopie van de Scheepsstoffenlijst onverwijld doen toekomen aan de autoriteit die verantwoordelijk is voor de afgifte van het Certificaat van Goedkeuring en haar prompt van wijzigingen of intrekking van de lijst in kennis stellen.
 
Opmerking: In geval van beschikbaarheid van een elektronische Scheepsstoffenlijst, zie 5.4.0.2.
 
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Snelheidsbeperkingen Rotterdam met een jaar uitgesteld

In overleg met het binnenvaartbedrijfsleven (KSV, CBRB, BBU) heeft het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) besloten de aangekondigde snelheidsbeperkingen voor de Oude-, de Nieuwe Maas en het Hartelkanaal met een jaar uit te stellen.
Deze besluiten zijn in de Staatscourant gepubliceerd: De snelheidsbeperkingen zouden aanvankelijk per 1 januari 2013 ingaan. Partijen onderhandelen verder over de regeling per 1 januari 2014.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Multilaterale overeenkomst M005 - stookolie

Verplichting verwarming gasretourleiding uitstellen of van tafel

Zoals in de onlangs verschenen whitepaper (www.gevaarlijkelading.nl/nieuws) te lezen was, zijn er wijzigingen in het ADN 2013 ten aanzien van de indeling van UN 3082 in tabel C. Dit naar aanleiding van een eerder gevoerde discussie rondom het CONCAWE-onderzoek (CONservation of Clean Air and Water in Europe) naar de indelingscriteria van diverse stromen van zware olie.
 
Verwarmbare appendages
Met het ondertekenen door Nederland van Multilaterale overeenkomst M005 is gedeeltelijk tegemoet gekomen aan een door het vervoerende bedrijfsleven ingediend verzoek voor een overgangsmaatregel ten behoeve van de verplichting van drie verwarmbare appendages:
  1. gasverzamelleidingen,
  2. over- en onderdrukventielen, en
  3. vlamkerende inrichtingen.
Dit is duidelijk geworden na de publicatie van bovengenoemd document tijdens de laatste bijeenkomst van de relevante werkgroep van de Economische Raad voor Europa van de Verenigde Naties.
 
Over het algemeen zijn producten die vallen onder de verzamelnaam 'UN 3082 milieugevaarlijke vloeistof, n.e.g.' in relatie tot het voorgeschreven type tankers uitstekend in te delen, maar sommige producten die in de toekomst onder deze verzamelnaam vallen zouden operationele problemen kunnen geven. Bijvoorbeeld het dichtslibben van vlamkerende roosters, dampretourleiding en over- onderdrukventielen. Dat was reden voor de wetgever om in kolom 20 van Tabel C eenzelfde opmerking te plaatsen als de huidige opmerking 7 die we van UN 3256 ´Verwarmbare vloeistof brandbaar n.e.g.’ kennen. Deze luidt: “Het gesloten tankschip is toegelaten indien dit tankschip … conform 9.3.2.22.5 a) iii) of iv) of 9.3.3.22.5 a) iii) of iv) is uitgevoerd, het zijn voorzien van verwarmbare gasverzamelleidingen evenals verwarmbare over- en onderdrukventielen en verwarmbare vlamkerende inrichtingen.”
 
Hierdoor zouden bovengenoemde appendages al per 2013 gerealiseerd worden: een investering van tientallen duizenden euro’s. De overgangsmaatregel, welke verwoord is in een nieuw opgestelde multilaterale overeenkomst, zal stellen dat dergelijke verwarming pas gerealiseerd moet worden wanneer er een nieuw klassecertificaat afgegeven wordt doch uiterlijk voor 31 december 2018. De Multilaterale overeenkomst maakt ook melding van het niet hoeven toe te passen van een vlamkerend rooster om de drukken tijdens laden kwijt te kunnen middels de gasretour flens. Na overleg met de CBRB werkgroep ADN/Transportveiligheid, waarin ook voorlopige conclusies van een nog op te leveren rapport van de IL&T ter sprake is gekomen en waaruit zou blijken dat de explosieve waardes van stookolie anders liggen dan aanvankelijk gedacht, wordt u geadviseerd dergelijk rooster wel toe te passen.
 
De EBU heeft het ministerie aangegeven de nut- en noodzaak van de maatregel nogmaals internationaal ter tafel te brengen. Dit zal in augustus 2013 gebeuren. Mede gelet op het feit dat de petrochemische industrie een onderzoek uitvoert naar de nut- en noodzaak van een gaspendelleiding.
 
Klik hier voor de nieuwe M005.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


WiFi in de haven

Het programma Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen (IDVV) van Rijkswaterstaat werkt aan betrouwbaardere reistijden en een verbeterde doorstroming van de binnenvaart in Nederland. Daarmee stimuleert het programma de binnenvaart als alternatief voor het vervoer over de weg. Onderdeel van het programma zijn maatregelen die zich richten op het stimuleren van diensten en logistieke concepten, waarvoor een betrouwbare informatie-uitwisseling tussen binnenvaartschippers en marktpartijen noodzakelijk is. Een van de randvoorwaarden voor goede en snelle digitale uitwisseling van informatie is de beschikbaarheid van goede datacommunicatiefaciliteiten. Goede internet toegang op en voor binnenvaartschepen wordt daarmee steeds belangrijker. Om deze faciliteit te stimuleren is er door de Minister van Infrastructuur & Milieu (via IDVV) geld beschikbaar gesteld voor het realiseren van WiFi op minstens 10-15 ligplaatsen voor binnenschepen.
 
WiFi op ligplaatsen blijkt zeer gewenst te zijn door binnenschippers én andere professionele gebruikers voor grote downloads (o.a. databestanden en updates) en communicatie (Skype etc.), omdat WiFi:
  • Veel betrouwbaardere en meestal veel hogere performance dan 3G geeft;
  • Lagere kosten heeft;
  • Geen datalimieten kent.
Aan binnenvaartondernemers is gevraagd op welke ligplaatsen en in welke havens men graag WiFi zou hebben. Op basis van deze uitkomsten zou (een deel van) de volgende havens voorzien kunnen worden van WiFi:
  • Haven Rotterdam (welke havens in overleg nader te bepalen);
  • Haven Amsterdam (welke havens in overleg nader te bepalen);
  • Havengebied Drechtsteden;
  • Zeeland Seaports (welke havens in overleg nader te bepalen);
  • Cluster Meppel / Kampen / Zwolle;
  • Havengebied Utrecht;
  • Regio Twente Almelo (Enschede, Hengelo, Hof van Twente, Twenterand).
In dit document vindt u een korte omschrijving van de opzet van het WiFi-concept, de mogelijke financiering en de rol en mogelijkheden van binnenhavens/ligplaatsbeheerders.
 
De Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) heeft haar leden eind 2012 geïnformeerd over de mogelijkheid om met middelen van de overheid een aantal havens van WiFi voor binnenvaart te voorzien.
Connekt, een partij die werkzaamheden verricht in het kader van IDVV, heeft op 22 januari jl. een informatiebijeenkomst voor geïnteresseerde havenbeheerders georganiseerd over dit onderwerp, waarin men met belangstellenden in gesprek is gegaan over de wensen en mogelijkheden.
 
Voor meer informatie kunt u contant opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Stremming scheepvaart en ligplaatsen buiten gebruik in Rotterdam

In deze publicatie in de Staatscourant kunt u lezen dat gedurende de periode woensdag 20 februari 2013, 00.00 uur tot en met vrijdag 5 april 2013, 24.00 uur wordt er ten behoeve van het transport en het aanleggen van twee warmteleidingen t.b.v. het Warmtenet Rotterdam, een aantal ligplaatsen buiten gebruik gesteld en de scheepvaart een aantal malen gereguleerd en gestremd.
 
In totaal worden er vier drijvende deelleidingen via het water van de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas aangevoerd vanaf Poortershaven, gelegen aan de noordoever ter hoogte van kilometerraai 1022, naar de Koningshaven.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Havengeld Antwerpen

Eind december 2012 zijn de nieuwe havengelden 2013 voor Antwerpen bekend gemaakt. De belangrijkste wijzigingen in de tariefverordening zijn:
  • Tariefverhoging van 1,8% (uitgezonderd doorvaarttarief binnenvaart en kostprijs elektriciteitskaarten);
  • Verlenging van de maatregel waarbij voor aanlopen in 2013 een korting van 7% op het binnenhavengeld wordt toegekend aan schepen met CCR-2- of CCR-3-motoren, mits aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt. Vooralsnog is niet duidelijk of men zich elke keer moet blijven melden wanneer men een CCR-2- of CCR-3-motor heeft en in aanmerking wil komen voor de reductie.
De volledige tekst van de Tariefverordening kunt u HIER vinden.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Nieuwe toegangsprocedure Antwerpen

Vanaf januari 2013 geldt, voor een proefperiode van zes maanden, in de haven van Antwerpen een aangepaste procedure voor de toegangscontrole en (voor-) aanmelding binnenschepen. Na de proefperiode zal de procedure geëvalueerd worden, waarna ze eventueel aangepast en daarna definitief ingevoerd zal worden.
 
De nieuwe algemene procedure vindt u HIER. Met de in dit document genoemde “DKM” worden de dokmeesters bedoeld; de mensen van het Havenbedrijf Antwerpen bij wie de schippers een ligplaats aanvragen.
 
Een elektronische tool voor de vooraanmelding is nog in ontwikkeling. Tot die tijd dienen de aanmeldingen, conform de procedure, via fax of mail te geschieden.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de contactpersoon van het Havenbedrijf Antwerpen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., of met mevrouw ing. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Naar boven


Nieuwe leden

Groep Droge Lading
HTB Intermodaal
 
Geassocieerde leden:
PJK International B.V.
 

Naar boven


Ga naar boven