Nieuwsfeeds - Binnenvaart

  • No feeds found!

Nieuwsfeeds - Binnenvaart

  • No feeds found!

Reactie Centraal Overleg Vaarwegen (COV) op Rijksbegroting 2019 – Vaarwegen

DOORPAKKEN EN VERVOER OVER WATER OPTIMAAL BENUTTEN

Na de beleidsarme begroting van vorig jaar zien we dat dit jaar de afspraken uit het regeerakkoord zijn vertaald naar de Rijksbegroting van 2019. En dat betekent meer geld voor vaarweginfrastructuur. Het Centraal Overleg Vaarwegen is blij met de extra investeringen gezien de groei van de economie en toename van het aantal files in Nederland. Op het water is nog ruimte genoeg om de forse toename in het goederenvervoer op te vangen en te voorkomen dat de Nederlandse wegen verder dichtslibben.
 

INVESTEREN IN VAARWEGEN HOUDT NEDERLAND BEREIKBAAR

In 2019 wordt € 1 miljard toegevoegd aan het Infrastructuurfonds. Het aandeel voor het vaarwegennet bedraagt € 191,8 miljoen. De extra middelen worden ingezet voor de opwaardering van de Vaarweg Lemmer-Delfzijl en het Wilhelminakanaal en de aanpak van knelpunten op de Maas. Het totale vaarwegbudget bedraagt in 2019 bijna €1,3 miljard, in 2018 is € 873,1 miljoen uitgegeven. Na de verregaande bezuinigingen van de voorgaande kabinetten is nu geld nodig om te investeren in betere bediening bij sluizen en bruggen, achterstallig onderhoud weg te werken en de grootste knelpunten op te heffen. Investeren in vaarwegen is immers investeren in duurzaamheid en economie.
 

KLAAR VOOR DE TOEKOMST

Het kabinet trekt voor beheer, onderhoud en vervanging van bruggen en sluizen in 2019 € 363 miljoen uit. Dit is onvoldoende om de sterk verouderde infrastructuur adequaat te verbeteren. Renoveren en “behouden wat je hebt” is niet voldoende. Het vaarwegennet moet beter afgestemd worden op huidige scheepsdimensies, klaar zijn voor de economische groei en beter bestand tegen klimaatverandering. Er is capaciteitsuitbreiding nodig bij de Volkeraksluis, Kreekraksluis en Krammersluis. De gemiddelde wachttijd in bij deze sluizen overstijgen structureel de 30 min die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is afgesproken. De lage bruggen op de Schelde-Rijn verbinding die het containervervoer op 4 lagen tussen Antwerpen, Rotterdam en het achterland belemmeren, moeten verhoogd worden. Het ophogen van deze bruggen draagt er toe bij dat met dezelfde scheepscapaciteit tot 25% CO2 reductie gerealiseerd kan worden. Het COV roept de minister op deze kans te pakken.
 

REALISATIE

In 2019 streeft het Rijk er naar om de volgende projecten te realiseren:
  • De openstelling van de Vaarweg Lemmer–Delfzijl, fase 1;
  • In het Lekkanaal de derde kolk Beatrixsluis, de verbreding van de kanaalzijde en de uitbreiding van ligplaatsen ter plaatse;
  • Het Rijk start de capaciteitsuitbreiding van ligplaatsen op de Beneden–Lek;
  • Het Rijk start met de Toekomstvisie voor de Waal.


TOEKOMSTVISIE WAAL

Het COV acht het belang van een goede toekomstvisie voor de Waal groot. De lage waterstanden op de Rijntakken van deze zomer hebben de kwetsbaarheid van het natuurlijke riviersysteem inzichtelijk gemaakt. Het is belangrijk om de Waal, als slagader van de Nederlandse economie, goed te onderhouden en klimaatbestendig te maken. Tijdig baggeren en maatregelen treffen om bodemerosie tegen te gaan zijn van evident belang, zodat de ruim 100.000 schepen die jaarlijks meer dan 230 miljoen ton lading vervoeren, vlot en veilig hun bestemming kunnen bereiken.
 

BEDIENING

Betrouwbaarheid en beschikbaarheid van het vaarwegnetwerk is voor het logistieke proces van essentieel belang. Dit vraagt een ruim bedieningsvenster en flexibiliteit bij sluizen en bruggen, maar ook om voldoende en goed opgeleide bedienaars. Door de verregaande bezuinigingen uit de vorige kabinetten wordt de scheepvaart nu herhaaldelijk geconfronteerd met stremmingen vanwege personele onderbezetting bij verkeersposten, bruggen en sluizen. In 2019 wordt €8,6 miljoen besteed aan verkeersmanagement. Bediening van objecten valt daar ook onder. Ten opzichte van 2018 is dit bedrag gelijk gebleven en daarmee te laag. Om verdere stagnatie te voorkomen zijn meer mensen bij Rijkswaterstaat nodig zodat het serviceniveau verbeterd kan worden, zoals in het regeerakkoord toegezegd.
 

WATER VERBINDT

Via een fijnmazig netwerk van vaarwegen en binnenhavens zijn in Nederland en Duitsland nagenoeg alle belangrijke industriegebieden over het water met elkaar verbonden. Van het totale transportvolume vindt binnen Nederland 34 % en grensoverschrijdend 50% over water plaats en er is nog veel ruimte beschikbaar. De binnenvaart kan daarom niet alleen de groei in het vervoer opvangen, maar kan ook helpen de toenemende drukte op de Nederlandse wegen, CO2 gunstig, te verminderen. Het COV roept de Minister daarom op te blijven investeren in vaarweginfrastructuur, het onderhoud ervan en de bediening van sluizen en bruggen.


 

Het klimaatakkoord ligt op tafel. Zijn er nog hobbels te nemen voor de binnenvaart?

Op dinsdag 10 juli jl. is het klimaatakkoord in hoofdlijnen gepresenteerd. De hoofdlijnen van dit akkoord zijn de uitkomst van vijf klimaattafels: industrie, gebouwde omgeving, landbouw, elektriciteit en last but not least: mobiliteit. De hoofdlijnen hebben als belangrijkste doel om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.

Onder de vijf klimaattafels zijn weer verschillende subtafels actief, zo ook de klimaat deeltafel binnenvaart. Partijen als het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB), BLN-Schuttevaer, ASV, EICB, EVOFenedex, Havenbedrijf Rotterdam en TNO nemen deel aan deze tafel. Namens het CBRB neemt Robert Kasteel (directeur CBRB) deel aan de klimaat deeltafel binnenvaart en Paul Goris (voorzitter CBRB) vertegenwoordigt de binnenvaart in de Mobiliteitstafel. Veel tijd hebben zij en deze tafels geïnvesteerd in het maken van plannen en de lijnen uit te zetten voor de vergroening van de binnenvaart.

Doelstelling voor de binnenvaart

Voor 2050 is de doelstelling om klimaatneutraal en emissie loos te varen. Dat betekent dat schepen geen CO2, NOx en fijnstof meer produceren. De reductie van de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke emissies zal voor de binnenvaart op verschillende manieren tot stand gebracht moeten gaan worden:

  • Ontwikkeling van (diesel)elektrische binnenvaart
  • Bijmenging van biobrandstoffen
  • Ontwikkeling van brandstofcel en waterstof als energiedrager voor binnenvaartschepen
  • Ontwikkeling van batterijtechnologie als energiedrager voor binnenvaartschepen
  • Optimalisatie van de logistieke keten (van weg naar water door modal shift)

Voor 2030 wil de sector de CO2 uitstoot met 0,8 Mton gereduceerd hebben naar 1,3Mton (van 2,1Mton in 2018). Het doel van de gehele mobiliteitstafel is om 7,3 Mton minder broeikasgassen uit te stoten in 2030. De binnenvaart neemt een substantieel deel van deze reductie, namelijk  bijna 11% voor haar rekening.

Financiering en Europese aanpak

Om de concrete plannen voor de binnenvaart te gaan uitvoeren, moeten er nog verschillende hobbels worden getackeld. Vooral op het gebied van de financiering zal de sector ondersteund moet worden door alle belanghebbenden in de keten.

Verladers moeten worden aangespoord tot modal shift, de overheid moet haar beschikbare financiële middelen aanwenden voor subsidies voor de binnenvaart en voor stimulerende maatregelen voor verladers. Ook de banken moeten gaan ‘omdenken’ om te gaan investeren in de binnenvaart sector. Dit alles moet in Europees verband uitgewerkt worden. Binnenvaart is land-overschrijdend en houdt niet op bij de grens. Nederland is daarin met meer dan 75% van de Europese vloot bepalend binnen Europa.

Naast de financiering en de Europese aanpak moet ook de problematiek rond de congestie in Rotterdamse haven worden opgelost, want dit staat helaas de plannen voor de modal shift en het milieu in de weg. Een ontkoppeling van de zeezijde en de landzijde lijkt de enige structurele en adequate oplossing hiervoor.

Het CBRB maakt zich hard dat de hobbels worden aangepakt door de betreffende partijen, zodat de plannen voor de binnenvaart kunnen worden uitgevoerd. De sector moet de plannen voor de vergroening van de binnenvaart niet laten liggen. Binnenvaart is ‘de groenste modaliteit’ en dat willen wij ook blijven, om zo nog meer de eerste keuze voor verladers te worden.


Opleiding Bevrachter Binnenvaart en modules gaan binnenkort van start, schrijf u nog snel in!

 



Opleiding Bevrachter Binnenvaart

Binnenkort gaat de gehele opleiding Bevrachter Binnenvaart definitief van start. Inschrijven voor de gehele opleiding is nog mogelijk tot uiterlijk dinsdag 4 september.

Het programma bestaat uit 9 modules klassikaal, praktijkgericht onderwijs. Je hebt een avond per week les van 19.00 – 22.00 uur, in totaal 46 bijeenkomsten. Er wordt gewerkt met casuïstiek uit de binnenvaart en je krijgt opdrachten die aan jouw eigen werkpraktijk worden gekoppeld. 

Modules ook los te volgen

De losse modules gaan ook van start. Inschrijven voor de losse modules is mogelijk tot uiterlijk drie weken voor aanvang van de specifieke module.
  • Introductie studievaardigheden: 6 september 2018
  • Onderhandelen: 20 september 2018
  • Scheepstechniek en vaarwegen: 1 november 2018
  • Nederlands- en Europees recht: 17 januari 2019
  • Logistiek: 21 maart 2019
  • Bedrijfseconomie: 16 mei 2019
  • Personeel en organisatie: 5 september 2019
  • IT en de toekomst van de binnenvaart: 31 oktober 2019
  • Integrale veiligheid, risico en risico-analyse: 28 november 2019

Meer informatie over de opleiding, modules, kosten per module of voor de gehele opleiding zijn hier te vinden 
 

Voor de binnenvaart zeer belangrijke onderwerpen besproken met minister van Infrastructuur en Waterstaat

Het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) heeft samen met de Europese Binnenvaart Unie (EBU) gesproken met de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Op 16 augustus jl. spraken Paul Goris (voorzitter CBRB), Robert Kasteel (directeur CBRB) en Theresia Hacksteiner (Secretaris Generaal EBU) met minister Cora van Nieuwenhuizen over een aantal voor de binnenvaart zeer belangrijke onderwerpen. Het was een open en constructief gesprek.


Vergroening binnenvaart

Nederland staat de komende jaren voor een aantal belangrijke uitdagingen op het gebied van klimaat, milieu en mobiliteit. De minister erkent dat de binnenvaartsector een belangrijke bijdrage kan leveren om de doelstellingen die de overheid in dit kader heeft gesteld te bereiken. Veel meer goederenstromen kunnen gebruik maken van de bestaande vaarwegen. Tegelijkertijd zullen wij als sector stappen moeten nemen om de uitstoot van CO2 en schadelijke emissies te reduceren. Dit gaat gepaard met aanzienlijk investeringskosten voor de sector, maar levert tegelijkertijd een hoge maatschappelijke milieuwinst op voor de samenleving. Reden waarom bij de minister is aangedrongen op subsidie en mede druk te zetten op de banksector voor ondersteuning van dit vergroeningstraject.
 
De CO2 reductie kan op korte termijn door de inzet van biobrandstoffen worden gerealiseerd. De voorwaarde is wel de beschikbaarheid daarvan voor de binnenvaart. Het CBRB verwacht van de overheid dan ook een toezegging om deze ter beschikking te stellen. Ook moet deze brandstofvoorziening op Europees niveau geregeld worden. Op (middel)lange termijn zullen batterij-elektrische technologie en waterstof/brandstofcel technologie een grotere rol moeten gaan spelen.
 

Europese aanpak

Om de emissies van de bestaande motoren te reduceren  moeten de belemmeringen in de regelgeving voor bestaande motoren om aan de Stage V norm te voldoen worden weggenomen. Van belang is dat alle maatregelen Europees worden opgepakt en ingevoerd met daaraan gekoppelde subsidie mogelijkheden. Hier is ook het gelijke speelveld met het railgoederenvervoer belangrijk, omdat deze sector inmiddels toezeggingen voor subsidies hebben gekregen.

M.b.t. de aankomende onderhandelingen binnen de Europese Unie over de EU-begroting hebben het CBRB en de EBU aangegeven support te verwachten voor een subsidieregeling voor retrofit en voor specifieke research en innovatieprogramma’s voor de binnenvaart.
 
Een van de doelstellingen van het EU programma NAIADES was het vergroten van het aandeel van de binnenvaart . Het CBRB en de EBU rekenen op steun van de minister bij de komende Raadsconclusies in december om het aandeel van de binnenvaart in het transportvolume te verhogen.


Congestie in zeehavens

De problematiek van de container congestie in de zeehavens (met name in Rotterdam) is uitgebreid aan de orde gekomen.  Deze ontwikkelingen doen helaas het modalshift- en milieubeleid van de Nederlandse overheid teniet. Het CBRB heeft benadrukt dat ondanks de constructieve overleggen onder leiding van het Havenbedrijf Rotterdam de situatie voor de containerbinnenvaart kritisch blijft. De minister kent het probleem en wil mede aandringen op een oplossing. Met de steun van het ministerie blijft het CBRB zich inzetten voor een structurele lange termijn oplossing.
 
Om de groei in het containervervoer op te kunnen vangen, is het ook van belang dat op een aantal belangrijke corridors, zoals de Schelde-Rijnverbinding, de te lage bruggen worden verhoogd. Waardoor er met de bestaande scheepscapaciteit aanzienlijk meer containers kunnen worden vervoerd, wat ook een forse reductie van CO2 kan opleveren.
 
De minister, het CBRB en de EBU zitten op één lijn waar het gaat over het geven van extra impulsen voor de ontwikkeling van de binnenvaart. De minister heeft toegezegd zich voor de genoemde onderwerpen, zowel Europees als nationaal in te zetten en blijft op kort termijn in gesprek met het CBRB en de EBU. Het CBRB werkt dan ook graag mee aan een actief beleid op het gebied van de vergroening, modal shift en infrastructuur.



Meer artikelen...

Ga naar boven