Nieuwsfeeds - Binnenvaart

Nieuwsfeeds - Binnenvaart

Reactie COV op begroting 2021


WERK IN UITVOERING

Koninklijke BLN-Schuttevaer, het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart, de Vereniging van Waterbouwers en Evofenedex, samenwerkend in het Centraal Overleg Vaarwegen (COV), zijn blij dat de regering vanuit het Nationaal Groeifonds en het steunpakket voor corona investeert in de vaarweginfrastructuur. De ‘natte’ infrastructuur in Nederland is verouderd en dient op veel plaatsen gerenoveerd of vernieuwd te worden om ook in de toekomst de voordelen van vervoer over water optimaal te kunnen benutten. Naast investeren in aanleg en deugdelijk beheer en onderhoud roept het COV op om ook te investeren in kennis en deskundig personeel bij Rijkswaterstaat. Er is extra personeel nodig om de waterbouwkundige werken aan te besteden en in de uitvoering te begeleiden.
 

NATIONAAL GROEIFONDS

Het kabinet investeert de komende 5 jaar € 20 miljard in een Nationaal Groeifonds voor investeringen die bijdragen aan economische groei. Het geld uit het Nationaal Groeifonds gaat naar kennisontwikkeling, onderzoek & innovatie en infrastructuur. De brancheorganisaties zijn blij dat een deel van dit geld gebruikt wordt om de infrastructuur te verbeteren. Investeren in de vaarwegen helpt de files op de wegen te verminderen, is milieuvriendelijk en heeft een vliegwieleffect voor regionale economieën. Het COV adviseert het Rijk ook gebruik te maken van de middelen die Europa, vanuit het Europees Herstel Fonds, vrijmaakt voor infrastructuur.
 

VAARWEGEN

In de begroting van 2021 wordt in totaal € 1,3 miljard geïnvesteerd in vaarwegen. In de begroting van 2020 was dit ongeveer € 1 miljard. De hogere uitgaven in 2021 worden onder andere gebruikt voor extra werkzaamheden rondom instandhouding van de huidige infrastructuur. Het Rijk vindt vaarwegen van groot belang voor een efficiënt en duurzaam goederenvervoersysteem. Betrouwbaarheid is daarbij een belangrijke voorwaarde. Daarom wordt gewerkt aan onderhoud en tijdige vervanging van kunstwerken op de vaarwegen. In 2021 wordt op het gebied van aanleg van nieuwe infrastructuur onder andere geïnvesteerd in de verruiming van de Twentekanalen, Sluis II op het Wilhelminakanaal en extra ligplaatsen op de Merwede.
 

BEHEER, ONDERHOUD EN VERVANGING

Er wordt de komende jaren € 1,9 miljard uitgetrokken voor het onderhoud en vervangen van dijken, wegen, spoor en vaarwegen. Een half miljard wordt beschikbaar gesteld om, eerder dan gepland, onderhoud uit te voeren aan de Rijksinfrastructuur. Dit bedrag komt bovenop de extra € 265 miljoen die eerder al is uitgetrokken voor het onderhoud van bruggen, tunnels en sluizen. Door op diverse plaatsen onderhoud versneld uit te voeren, wil de regering oponthoud bij bruggen en sluizen verminderen.
 
De brancheorganisaties kunnen de urgentie van deugdelijk beheer en onderhoud van de Nederlandse vaarwegen niet genoeg benadrukken. Dagelijks heeft de binnenvaart te maken met de effecten van zwaar achterstallig onderhoud, welke is doorgeslagen op de fundamentele elementen van de nautische kunstwerken. Dit zorgt ervoor dat er continue storingen zijn bij sluizen met als gevolg ongeplande stremmingen van korte en langere duur. Niet alleen heeft dit gevolgen voor de binnenvaartondernemingen, maar ook voor de havenbedrijven, de verladers en de havens zelf in relatie tot bereikbaarheid.
 
 
In 2021 wordt voor vaarwegen € 409 miljoen uitgegeven aan beheer, onderhoud en vervanging. Dit is € 50 miljoen meer dan in 2020. In 2021 wil het Rijk onder meer de volgende activiteiten uitvoeren:
  • Maatregelen om de breedte en diepte van vaarwegen te handhaven en maatregelen om sluizen, bruggen en verkeersvoorzieningen blijvend te laten functioneren.
  • Baggeren van grote rivieren als de Bovenrijn-Waal, Nederrijn-Lek en de Twentekanalen.
  • Verkeersmanagement in het kader van verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering.
 

EXTRA AANDACHT VOOR DE WAAL

Ondanks de extra investeringen in vaarwegen roept het COV op meer geld te investeren in de bevaarbaarheid van de Waal. Jaarlijks wordt 50% van het totale grensoverschrijdende goederenvervoer over de Waal en Rijn vervoerd naar het achterland. Daarmee is deze internationale corridor van cruciaal belang voor de Nederlandse economie. Door bodemerosie en verzanding voldoet de Waal niet meer aan de normen voor bevaarbaarheid die de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) stelt. De aanpak van de ‘harde laag’ bij Nijmegen is vertraagd en blijft daarmee een groot knelpunt voor de scheepvaart. Het verbeteren van de bevaarbaarheid van de Waal vraagt structurele investeringen en dient versneld aangepakt te worden.
 

CAPACITEITSUITBREIDING BIJ SLUIZEN IN ZEELAND EN GRAVE

Binnenvaartschepen zullen via de Seine-Schelde verbinding in de nabije toekomst met klasse Vb schepen (schepen tot 4500 ton) tot voorbij Parijs kunnen varen. Dat biedt grote kansen voor de internationale handel en de Nederlandse (zee)havens. De sluizen in de Zeeuwse Delta vormen een knelpunt. Uit de begroting van 2021 blijkt dat in 2019 de passeertijden bij de Volkeraksluis, Kreekraksluis en Krammersluis verder zijn opgelopen. Het Rijk wil op hoofdtransportassen in 85% van de tijd voldoen aan de streefwaarde van 30 minuten voor een sluispassage. In werkelijkheid wordt slechts in 65% voldaan aan deze streefwaarde. Dat toont aan dat capaciteitsuitbreiding bij deze sluizen dringend nodig is.
 
Op de Maas ondervindt de scheepvaart regelmatig lange wachttijden bij de enkelsluis in Grave. Het COV roept het kabinet op om wanneer de stuw gerenoveerd wordt in 2025 ook de schutcapaciteit uit te breiden zodat de Maas een volwaardig alternatief kan zijn voor de Waal ten tijde van droogte.
 

DE BINNENVAART ALS RADAR

Op de Nederlandse vaarwegen is nog veel ruimte beschikbaar. Door te investeren in vaarwegen kan vervoer over water een positieve bijdrage leveren aan klimaatdoelen en mobiliteitsvraagstukken. Nederland verkeert in onzekere tijden. Minister Hoekstra van financiën zegt bij het aanbieden van de begroting “te sturen in de mist”. De binnenvaart beschikt over radar en kan ook met slecht zicht een goede bijdrage leveren aan het economisch herstel.



Koersen op gezond en veilig werken met de vernieuwde digitale RI&E

Als ondernemer kunt u als geen ander risico’s managen. Arbeidsrisico’s aanpakken gebeurt via een Risico-inventarisatie & Evaluatie (RI&E). Een RI&E is verplicht voor iedere ondernemer met personeel. En levert voordelen op: betrokken medewerkers bijvoorbeeld en structureel  succes. De grootste winst: gezond en veilig blijven werken!

Iedere 3 jaar moet de branche RI&E geactualiseerd en opnieuw erkend worden. Juni jl. heeft de binnenvaart opnieuw erkenning gekregen van het Steunpunt RI&E voor de geactualiseerde Branche RI&E Binnenscheepvaart. De digitale tool voor leden, met de Branche RI&E als basis, sluit nu weer aan op de nieuwe wetgeving. 

Voordelen digitale tool
Als lid van het CBRB kunt u met de digitale tool een RI&E maken. Deze tool selecteert met behulp van intakevragen alleen de relevante vragen voor uw type schip of schepen. Tijdens de inventarisatie (het beantwoorden van de vragen) ziet u welke knelpunten een licht, matig of hoog risico hebben. De tool maakt daarvan een Plan van Aanpak met suggesties voor verbeteringen. Maatregelen tegen veel voorkomende risico’s staan beschreven in de gratis toegankelijke arbocatalogus van onze branche.
 
De digitale tool helpt u om op eenvoudige wijze, voorzien van de juiste informatie, de acties die naar voren komen in te vullen. De tool is dynamisch, de persoon die aan de slag gaat met de RI&E kan op ieder gewenst moment het Plan van Aanpak aanpassen, bijvoorbeeld wanneer een actie is afgehandeld.
 
Voor bedrijven met minder dan 25 man personeel die de Branche RI&E gebruiken, geldt dat toetsing door een arbodeskundige niet meer nodig is.
 
Met een RI&E weet u welke risico’s u loopt en hoe u daarmee omgaat. Zo staat u aan het roer van een professionele onderneming. En blijft u op koers naar structureel succes. De grootste winst: veilig en gezond blijven werken!


Richtlijnen Vaarwegen 2020

Vervoer over water is belangrijk voor Nederland als transportland. Niet alleen vanuit economisch oogpunt. Het is ook een duurzaam alternatief voor het transport over de weg. Dit vergt moderne, betrouwbare en goed ontworpen vaarwegen. De ‘Richtlijnen Vaarwegen’ dragen daar stevig aan bij. Onlangs zijn de Richtlijnen Vaarwegen 2020 verschenen.

De Richtlijnen Vaarwegen bestaan sinds 1990 en bevatten voorschriften voor het verkeerskundig ontwerp van vaarwegen en het onderhoud ervan. Deze richtlijnen worden regelmatig geactualiseerd op basis van de nieuwste kennis en inzichten. Zowel op het gebied van wetenschap en techniek als op het gebied van wetgeving. Recent is de nieuwste editie Richtlijnen Vaarwegen 2020 verschenen. Tot nu toe waren de richtlijnen met name bedoeld voor vaarwegen met weinig stroming. In de nieuwe richtlijnen zijn ook de rivieren toegevoegd. De Richtlijnen Vaarwegen 2020 gelden vanaf 31 juli 2020.

Het ontwerpen en inrichten van vaarwegen tot en met CEMT-klasse VIb moet volgens de Richtlijnen Vaarwegen. Hierin staat bijvoorbeeld hoe sluizen, bruggen en binnenhavens moeten worden gebouwd, onderhouden en bediend. Door alle vaarwegen volgens dezelfde richtlijnen in te richten, weet de gebruiker van de vaarwegen waar hij aan toe is. Door deze richtlijnen samen, uniform toe te passen, nemen efficiëntie en samenhang in het netwerk van vaarwegen in Nederland toe.



Brancheorganisaties blij met uitspraak minister over Merwedebrug.


Minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat zegt in het AO MIRT van 25 juni dat de nieuw te bouwen Merwedebruggen geen verslechtering mogen brengen voor de scheepvaart. Brancheorganisaties Centraal Bureau Rijn- en Binnenvaart, Koninklijke BLN-Schuttevaer, evofenedex en de Vereniging van Waterbouwers zijn blij met deze uitspraak. Het Centraal Overleg Vaarwegen, waarin de partijen gezamenlijk optrekken voor een betere infrastructuur, heeft geruime tijd lobby gevoerd om te voorkomen dat de nieuwe Merwedebruggen lager zouden worden.

Het huidige ontwerp van de nieuwe Merwedebruggen voorziet in bruggen die 1,50m lager zijn dan de huidige brug en dit is nadelig voor de containerbinnenvaart en het wegverkeer. Een lagere brug zou een strop zijn voor de containerbinnenvaart die op het beneden rivierengebied met 5 en 6 hoog gestapelde containers pendelt tussen terminals in Rotterdam en het achterland. Ook voor het wegverkeer is een lagere brug een probleem. Uit een eerste analyse van de bedrijfstak blijkt dat de lagere brug straks 40 tot 45 keer per week open moet voor schepen die er nu onderdoor kunnen. Op een drukke snelweg als de A27 zal dit onnodig files veroorzaken.

Op het AO MIRT hebben de Kamerleden dhr. Stoffer van de SGP en mevr. Van der Graaf van de Christen Unie hun zorg hierover uitgesproken en de minsister om duidelijkheid gevraagd. De minister antwoordt op de vragen: “Ik ga mij sowieso houden aan internationale afspraken zoals wij die in CCR verband hebben ondertekend en dat betekent dat het voor de scheepvaart niet tot verslechtering mag leiden.”
 
Het Centraal Overleg Vaarwegen meent dat met deze uitspraak van de minister de oplossing voor dit probleem een stukje dichterbij is gekomen.



Meer artikelen...

Coronavirus (COVID-19)


Ga naar boven